Kennisbank
Zorgplicht in detentie
De inrichting moet zorgen voor geestelijke, sociale en persoonlijke verzorging. Lees welke rechten gelden en wanneer u kunt klagen.
Tijdens detentie bent u voor veel dagelijkse behoeften afhankelijk van de inrichting. Daartegenover staat een zorgplicht: de inrichting moet medische, geestelijke, sociale en persoonlijke verzorging bieden. Hieronder staan de rechten rond geestelijke begeleiding, maatschappelijke hulp en dagelijkse verzorging centraal.
Algemene uitgangspunten van de zorgplicht
Geloof en levensovertuiging
Ook tijdens detentie mag u uw geloof of levensovertuiging beleven, alleen en samen met anderen. Dit recht wordt beschermd door artikel 6 Grondwet, artikel 9 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en artikel 18 Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke rechten.
De Dienst Geestelijke Verzorging verzorgt individuele gesprekken, groepsbijeenkomsten, diensten en ondersteuning bij acute crises. Er zijn zeven stromingen vertegenwoordigd: rooms-katholiek, protestants, humanistisch, joods, islamitisch, boeddhistisch en hindoeïstisch.
De inrichting moet voldoende passende geestelijke verzorging organiseren. Bij maandenlange afwezigheid moeten de gewone werkzaamheden worden overgenomen. Geldgebrek rechtvaardigt geen beperkte vervanging. Bijeenkomsten moeten bovendien ongestoord kunnen plaatsvinden, dus ook zonder hinder van bouwwerkzaamheden.
Godsdienstvrijheid kent grenzen. Artikel 15 lid 4 Grondwet en artikel 9 lid 2 EVRM laten beperkingen toe. Zo accepteerde de RSJ celinspecties door een vrouwelijke medewerker en met een speurhond, ondanks religieuze bezwaren.
Voeding en dagelijkse verzorging
De inrichting moet eten, noodzakelijke kleding en schoenen verstrekken, of voldoende geld beschikbaar stellen om daarin te voorzien. Ook moet zij behoorlijke lichaamsverzorging mogelijk maken.
Regel 22 van de Europese Gevangenisregels verlangt:
- drie maaltijden per dag, met redelijke tussenpozen;
- voedzaam eten dat hygiënisch wordt bereid en opgediend;
- aandacht voor onder meer leeftijd, gezondheid, lichamelijke toestand, geloof, cultuur en werkzaamheden;
- voortdurende toegang tot schoon drinkwater.
Voor een warme maaltijd moet voldoende tijd beschikbaar zijn; gemiddeld wordt rekening gehouden met 35 tot 40 minuten. De medische dienst kan op medische gronden dieetvoeding voorschrijven. Zonder die grond bestaat geen aanspraak op dat dieet.
Gevangeniswezen
Geestelijke verzorging en vertrouwelijkheid
Artikel 41 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) verplicht de directeur geestelijke verzorging mogelijk te maken. Bij binnenkomst geeft u uw voorkeur aan. Wilt u later veranderen of een bijeenkomst van een andere stroming bezoeken, dan moet de directie uw verzoek zorgvuldig behandelen. Uw eerdere keuze geeft niet automatisch recht op deelname aan een andere dienst.
Een aan de inrichting verbonden geestelijk verzorger heeft een ambtsgeheim: wat u vertrouwelijk bespreekt, valt onder geheimhouding. Correspondentie met deze verzorger is niet aan censuur onderworpen. De Hoge Raad bevestigde op 7 januari 2020 het verschoningsrecht van zo’n verzorger op grond van artikel 218 Sv: deze kan zich tegenover de rechter op geheimhouding beroepen.
Voor een externe geestelijk verzorger geldt de gewone bezoekregeling van artikel 38 Pbw. Correspondentie kan dan wel worden gecontroleerd. Dat geldt ook als u na overplaatsing contact houdt met de geestelijk verzorger uit uw vorige inrichting.
Ook in een straf- of afzonderingscel moet noodzakelijk contact mogelijk blijven. Deelname aan bijvoorbeeld een kerkdienst moet zoveel mogelijk worden toegestaan, eventueel apart. Uw gedrag kan reden zijn voor weigering; uitsluitend personeelsproblemen zijn dat niet.
Religieuze voeding en feestdagen
Volgens artikel 44 lid 3 Pbw moet de directeur bij maaltijden zoveel mogelijk rekening houden met uw geloof of levensovertuiging. Bijzondere voeding moet worden verstrekt voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is.
Voor koosjere voeding gelden bijzondere eisen, ook aan pannen, servies en bestek. De circulaire halalvoeding verlangt halalvoeding voor belijdende moslims wanneer die zonder veel moeite en buitensporige kosten verkrijgbaar is; die verplichting geldt niet noodzakelijk dagelijks.
Het daadwerkelijk belijden van het geloof telt mee. Alleen een joodse moeder hebben en thuis geen varkensvlees eten werd onvoldoende gevonden. Ook gedrag dat strijdig is met opgegeven voedingsregels kan gevolgen hebben voor de verstrekking. Financiële bezwaren geven evenmin altijd de doorslag: in een uitspraak woog gelijke behandeling zwaarder.
Artikel 8 Regeling arbeid gedetineerden regelt vrijstelling van arbeid op zondagen en algemeen erkende feestdagen. Voor religieuze feestdagen die de minister jaarlijks aanwijst, kunt u een arbeidsvrije dag aanvragen. Voor die eigen religieuze feestdagen ontvangt u geen loonvervangende tegemoetkoming. Op algemeen erkende feestdagen bedraagt die tegemoetkoming het basisuurloon. Ook deelname aan een retraite of kerkelijke conferentie met toestemming van de geestelijk verzorger kan vrijstelling opleveren.
Sociale hulp en terugkeer
Artikel 43 Pbw geeft recht op sociale verzorging en hulpverlening. De directeur moet reclasseringswerkers en gedragsdeskundigen hun werk laten doen. Is vervoer voor die hulp noodzakelijk, dan moet de directeur daarvoor zorgen, zolang dit verenigbaar is met de uitvoering van de detentie.
Na binnenkomst volgt een screening. Daaruit ontstaat een Detentie- en Re-integratieplan, dat regelmatig met verschillende betrokken medewerkers wordt besproken. Binnen tien werkdagen vindt een gesprek plaats over:
- een geldig identiteitsbewijs;
- werk en inkomen;
- huisvesting;
- schulden;
- zorg.
Het Bureau Selectie en Detentiebegeleiding kan ondersteunen bij verlofaanvragen, selectieadviezen, strafonderbreking en maatschappelijke problemen. Een terugkeerfunctionaris kan helpen bij onder meer reisdocumenten, financiën, bagage en relaties rond terugkeer.
Reclasseringsprogramma’s kunnen bestaan uit vaardigheidstraining of agressiebeheersing. Het programma Terugdringen Recidive, ook Binnen Beginnen genoemd, richt zich op gedetineerden met minstens vier maanden strafrestant of een voorwaardelijk strafrestant gericht op gedragsverandering. Niet willen deelnemen kan verlof of detentiefasering naar minder beveiligde regimes uitsluiten. Beëindiging van het programma is een beslissing waarover beklag mogelijk is.
Bij minimaal vier maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf komt ook materiële nazorg in beeld, zoals hulp met wonen, werk en schuldsanering. Kortgestraften krijgen beperktere sociale hulp. De RSJ heeft erop gewezen dat ook deze groep problemen met de basisvoorwaarden voor terugkeer heeft.
Wilt u aangifte doen, dan moet de directeur dat mogelijk maken. Dat kan telefonisch of digitaal via het re-integratiecentrum; soms komt de politie naar de inrichting.
Kleding, wassen, douchen en winkelen
Artikel 44 Pbw beschermt het dragen van eigen kleding en schoenen. Een uitzondering geldt bij gevaar voor orde of veiligheid. Kleding moet ook aan redelijke eisen voldoen. Tijdens werk of sport kan aangepaste kleding verplicht zijn. Voor het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg geldt een uitzondering op het uitgangspunt van eigen kleding.
Wassen gebeurt in beginsel op eigen kosten en risico. De zorgplicht omvat wel het gratis beschikbaar stellen van waspoeder.
Artikel 4.4 Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen bepaalt dat u:
- minimaal twee keer per week kunt douchen;
- op aanvraag eenmaal per zes weken op kosten van de inrichting naar de kapper kunt;
- desgewenst shampoo, zeep, tandpasta, een tandenborstel, kam en toiletpapier krijgt;
- waar toepasselijk scheergerei, maandverband of verzorgingsartikelen voor kinderen ontvangt.
Voor winkelaankopen geldt een maximum van € 100 per week, inclusief telefoonkaarten, bij voldoende saldo. Het bedrag hangt ook af van het arbeidsloon of de loonvervangende tegemoetkoming. Niet verkrijgbare artikelen kunnen met toestemming via de buitenwinkel worden besteld.
De directeur blijft verantwoordelijk als een landelijke winkel slecht levert. Een eigen klachtenprocedure van die winkel neemt deze zorgplicht niet weg, aldus RSJ 17/2842/GA.
Justitiële jeugdinrichtingen
Geestelijke en sociale begeleiding
Artikel 46 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) beschermt het beleven van geloof en levensovertuiging. De directeur moet passende geestelijke verzorging, persoonlijk contact en deelname aan bijeenkomsten mogelijk maken. Voor externe geestelijke verzorgers geldt artikel 43 Bjj.
Artikel 48 Bjj geeft jongeren recht op sociale hulp. De directeur moet maatschappelijk werkers van gecertificeerde instellingen, reclasseringswerkers en gedragsdeskundigen gelegenheid geven die hulp te bieden. Noodzakelijk vervoer voor hulp moet worden geregeld wanneer dit met de uitvoering van de vrijheidsbeneming verenigbaar is.
De begeleiding is gericht op opvoeding, ontwikkeling en terugkeer. Methodieken zoals YOUTURN, TOPs! en WorkWise werken aan dagelijkse vaardigheden, verantwoordelijk gedrag en moreel besef. Nazorg kan gezinsbehandeling, hulp bij financiën, onderwijs, werk en wonen omvatten. Afstemming tussen de inrichting en betrokken hulpverleners is daarbij nodig.
Dagelijkse verzorging
Artikel 49 Bjj regelt voeding, kleding, schoenen en hygiëne. Eigen kleding is toegestaan, behalve bij veiligheidsrisico’s of wanneer die niet aan redelijke eisen voldoet. Bij activiteiten of sport kan voorgeschreven kleding verplicht zijn.
De huisregels bepalen wanneer jongeren kunnen douchen, hoe vaak zij naar de kapper kunnen en wie betaalt. Jongeren kunnen eenmaal per week met eigen geld toegestane artikelen kopen via de winkel of een bestellijst.
De inrichting moet rekening houden met religieuze voedingsregels. In KC 2010/022 kreeg een jongere een toetje met varkensgelatine, terwijl zijn geloof varkensproducten verbood. De klacht was gegrond: de inrichting kon de verantwoordelijkheid niet volledig bij hem leggen, ook al waren alternatieven beschikbaar.
Tbs-inrichtingen
Artikel 40 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) regelt geestelijke verzorging. Het hoofd van de inrichting moet voldoende passende begeleiding organiseren. Deelname aan bijeenkomsten kan worden verboden vanwege orde of veiligheid. Voor contact met externe geestelijke verzorgers geldt artikel 37 Bvt.
Artikel 43 Bvt verplicht het hoofd tot sociale hulp, vorming, onderwijs, ontspanning en sport, voor zover het verplegings- en behandelingsplan daarin niet al voorziet.
Maatschappelijk werk ondersteunt contacten met familie en bezoekers en helpt bij uitkeringen, huisvesting en scholing. Het onderzoekt ook de levensgeschiedenis en is betrokken bij controle en evaluatie van verloven. Herstelbemiddeling kan contact tussen slachtoffer en dader mogelijk maken. Een individueel resocialisatieplan kan voorbereiden op leven buiten de kliniek.
Artikel 42 Bvt regelt voeding, noodzakelijke kleding, schoenen en persoonlijke hygiëne. Eigen kleding is het uitgangspunt, behoudens gevaar voor orde of veiligheid. Voor winkelaankopen en bestedingsruimte zijn de huisregels van de kliniek bepalend.
De beklagmogelijkheden zijn beperkter dan in het gevangeniswezen. Artikel 56 lid 4 Bvt sluit beklag over de manier waarop de zorgplicht wordt uitgevoerd uit. Beklag kan wel mogelijk zijn wanneer helemaal geen uitvoering aan die plicht wordt gegeven. In KC 2012/134 werd een klacht over afwezigheid van de imam niet inhoudelijk behandeld.
Klagen over tekortschietende zorg
In het gevangeniswezen kan een tekortkoming onder artikel 60 lid 1 Pbw vallen. Bij klachten over verzorgende taken is doorgaans vereist dat de directeur volgens de gedetineerde herhaaldelijk en in belangrijke mate tekortschiet. Zonder voldoende belang volgt niet-ontvankelijkheid: de klacht wordt dan niet inhoudelijk beoordeeld. Dit staat los van de vraag of de gebeurtenissen kloppen, zoals benadrukt in RSJ 24/40108/GA.
Bij gemiste geestelijke verzorging is het algemene uitgangspunt minstens drie problemen in de drie maanden vóór het beklag. Aard en ernst blijven mede bepalend. Rechtspraak laat verschillen zien:
- Twee gemiste imamdiensten in vier weken: onvoldoende voor structureel tekortschieten, RSJ 23/32443/GA.
- Onvoldoende beschikbaarheid van een pandit: wel een structurele, belangrijke tekortkoming, RSJ 22/27692/GA.
- Eenmalige uitval door ziekte van de imam: overmacht, geen schending van artikel 41 Pbw.
- Acht weken geen imamcontact in de EBI: een vergoeding van € 60 werd niet onredelijk gevonden, RSJ 23/38068/GA.
Ook weigering van een verandering van geestelijke verzorging, religieuze voeding of een religieuze arbeidsvrije dag kan beklagwaardig zijn. Artikel 59a Pbw biedt daarnaast de mogelijkheid formele bemiddeling te vragen.
Wat betekent dit voor u?
Maak uw behoefte concreet: welk gesprek, welke verzorging of welke hulp ontbreekt? Raadpleeg de huisregels voor praktische afspraken over aanvragen, douchen, kleding en winkelen.
Bewaar verzoeken en reacties en noteer wanneer zorg uitblijft. Beschrijf ook de gevolgen voor u. Bij een klacht over terugkerende tekortkomingen zijn juist de frequentie, ernst en persoonlijke gevolgen van belang. Houd bij het kiezen van een klachtenroute rekening met de verschillende regels voor gevangenissen, jeugdinrichtingen en tbs-klinieken.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.