Kennisbank
Cameratoezicht
Cameratoezicht in detentie mag niet zomaar. Lees welke voorwaarden gelden, hoe lang het mag duren en hoe u ertegen kunt klagen.
Cameratoezicht kan betekenen dat iemand dag en nacht in de cel wordt geobserveerd. Dat grijpt diep in op de privacy en mag daarom alleen onder wettelijke voorwaarden. Voor gevangenissen, justitiële jeugdinrichtingen en tbs-instellingen gelden verschillende regels.
Cameratoezicht en uw privacy
Bij permanente cameraobservatie kan de hele cel 24 uur per etmaal worden bekeken. Artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM beschermen de persoonlijke levenssfeer. Een beperking daarvan moet een wettelijke basis hebben en noodzakelijk zijn voor een toegestaan doel, zoals veiligheid, bescherming van de gezondheid of bescherming van anderen.
Daarnaast verbiedt artikel 3 EVRM onmenselijke of vernederende behandeling. Cameratoezicht levert niet automatisch zo’n behandeling op. Daarvoor geldt een hoge ernstgrens: de observatie moet aantoonbaar ernstige lichamelijke of geestelijke gezondheidsschade veroorzaken.
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) beoordeelt onder meer beroepen en schorsingsverzoeken over cameratoezicht. Uit de rechtspraak volgt dat de persoonlijke omstandigheden en minder ingrijpende mogelijkheden zorgvuldig moeten worden afgewogen.
Cameratoezicht in het gevangeniswezen
Afzonderingscel en strafcel
De Penitentiaire beginselenwet (Pbw) kent verschillende wettelijke bases:
- Artikel 24a Pbw: cameratoezicht in een afzonderingscel bij een ordemaatregel.
- Artikel 51a Pbw: cameratoezicht in een strafcel bij een disciplinaire straf.
- Artikel 34a Pbw: cameratoezicht bij een individueel regime of verblijf in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI).
Een disciplinaire straf bestraft verwijtbaar gedrag. Een ordemaatregel dient de orde of veiligheid en kan ook nodig zijn om iemand tegen zichzelf te beschermen. Verwijtbaar gedrag is daarvoor niet vereist.
Bij een afzonderingscel of strafcel moet cameratoezicht noodzakelijk zijn voor bescherming van de geestelijke of lichamelijke toestand. Denk aan suïcidegevaar, zelfverwonding of mogelijk ingeslikte verboden spullen. De directeur moet die noodzaak voldoende aannemelijk maken. Alleen een reden voor afzondering is dus niet genoeg: ook de cameraobservatie moet afzonderlijk gerechtvaardigd zijn.
Daarnaast moet de plaatsing in afzondering of de strafcel zelf aan de wettelijke eisen voldoen. Zonder opgelegde afzonderingsmaatregel kan artikel 24a Pbw niet als basis dienen. Een voorwaardelijke ordemaatregel is evenmin toegestaan. De RSJ bevestigde dit op 6 maart 2024 in zaak 22/29610/GA, over voorwaardelijke afzondering met cameratoezicht tijdens een ziekenhuisverblijf.
Deskundig advies en horen
Volgens artikelen 24a lid 2 en 51a lid 2 Pbw moet de directeur vooraf advies vragen aan een gedragsdeskundige of inrichtingsarts. Bij spoed mag dit achteraf, maar dan zo snel mogelijk. Die uitzondering mag geen vaste werkwijze worden. Het advies hoeft niet schriftelijk te zijn.
U moet ook gelegenheid krijgen uw mening te geven. Dit heet de hoorplicht en volgt hier uit artikel 57 lid 1 sub j Pbw. Het niet naleven van de adviesplicht of hoorplicht kan een klacht gegrond maken. Voor cameratoezicht zonder voorafgaand deskundig advies noemen de standaardbedragen van de beroepscommissie een tegemoetkoming van € 5 per dag.
Individueel regime en EBI
Artikel 34a Pbw maakt permanente observatie mogelijk buiten een afzonderings- of strafcel, maar alleen bij een individueel regime of verblijf in de EBI. Daarvoor gelden ruimere gronden. Cameratoezicht kan noodzakelijk zijn:
- voor de orde of veiligheid in de inrichting;
- om de vrijheidsbeneming ongestoord te laten verlopen;
- voor bescherming van uw geestelijke of lichamelijke toestand;
- omdat ontsnapping of gezondheidsschade grote maatschappelijke onrust of ernstige schade aan internationale betrekkingen kan veroorzaken.
Bij die laatste grond kan het gaan om ernstige gewelds- of zedenmisdrijven, terroristische misdrijven of misdrijven tegen de staatsveiligheid. Doorslaggevend is de betekenis van de maatschappelijke of internationale onrust voor veiligheid en uitvoering van de detentie.
Een beroep op uw gezondheid moet concreet worden onderbouwd. In zaak 16/3187/GA kende de RSJ een tegemoetkoming van € 25 toe, onder meer omdat de lichamelijke toestand onvoldoende was onderbouwd. Gevaar kan ook van buiten komen; informatie van het Gedetineerden Recherche Informatie Punt (GRIP) kan daarbij meewegen.
Ook hier zijn voorafgaand deskundig advies en een privacyafweging nodig, behoudens spoed. De hoorplicht staat in artikel 57 lid 1 sub i Pbw. Volgens artikel 10c van de Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen moet een inrichtingsarts of verbonden gedragsdeskundige zich minstens eenmaal per week op de hoogte stellen van uw toestand.
Duur en verlenging
Bij een straf- of afzonderingscel hangt de duur van het cameratoezicht samen met het verblijf daar. Voor artikel 34a Pbw geldt een maximum van twee weken per beslissing. Verlenging kan telkens voor maximaal twee weken, als dat noodzakelijk is en na overleg.
De arts of gedragsdeskundige moet bij de verlengingsbeslissing worden betrokken. De directeur moet diens informatie meewegen, al hoeft deze niet altijd doorslaggevend te zijn.
Een steeds herhaalde standaardtekst is onvoldoende. De RSJ verlangde in zaak 16/3707/GA een nieuwe afweging met actuele feiten en gebeurtenissen uit de voorafgaande twee weken. Hoe langer het toezicht duurt, hoe zorgvuldiger de belangenafweging moet zijn.
Minder ingrijpende controle en relevante uitspraken
Standaard cameratoezicht omdat personeel niet op de afdeling is, voldoet niet aan de wettelijke eisen. Soms kan nachtelijke controle door het celluikje, met kort ingeschakeld licht, voldoende zijn. Deze zogenoemde nachtstaatprocedure beperkt de privacy minder dan permanente observatie.
Ook een buitencamera mag niet zomaar op de binnenkant van een cel worden gericht. In zaak 17/0205/GA ging het om langdurige observatie om een mobiele telefoon te vinden. Volgens de RSJ ontbrak een wettelijke basis en waren minder ingrijpende middelen beschikbaar: een telefoonopsporingsapparaat of celinspectie op grond van artikel 34 Pbw. Artikel 8 EVRM was geschonden.
Een verdenking van ingeslikte verboden spullen moet eveneens voldoende worden onderbouwd. In KC 2015/040 was onvoldoende duidelijk hoe medewerkers hadden vastgesteld dat de gedetineerde uit het bekertje van zijn bezoeker dronk. De beelden waren niet gecontroleerd en deskundige betrokkenheid was onduidelijk. De klacht was gegrond.
Een verkeerde wettelijke basis kan leiden tot gegrondverklaring of schorsing. Zo is artikel 34a Pbw niet bruikbaar als iemand niet in een individueel regime of de EBI verblijft. Toch leidt een verkeerd artikel niet in iedere zaak tot afwijzing van de beslissing: in zaak 23/34780/GA achtte de RSJ het cameratoezicht ondanks die fout redelijk.
Commissie van toezicht
Een verblijf in een afzonderings- of strafcel van meer dan 24 uur moet worden gemeld aan de commissie van toezicht, volgens artikelen 24 lid 6 en 55 lid 2 Pbw. Artikel 34a lid 4 Pbw bevat een meldplicht bij observatie in een individueel regime. De maandcommissaris kan tijdens een bezoek aandacht besteden aan de betrokken gedetineerde.
Cameratoezicht in justitiële jeugdinrichtingen
Alleen ter bescherming van de jeugdige
Voor jeugdigen gelden artikel 25a Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) bij afzondering en artikel 55a Bjj bij een strafcel. Permanent cameratoezicht is alleen mogelijk in een straf- of afzonderingscel en moet noodzakelijk zijn vanwege de lichamelijke of geestelijke toestand.
Voorbeelden zijn suïcidegevaar, zelfverwonding of de noodzaak van regelmatige observatie bij zwaar medicatiegebruik. Daarnaast moet de plaatsing in afzondering of de strafcel zelf gerechtvaardigd zijn. Steeds moet opnieuw worden beoordeeld of voortzetting nodig is. De RSJ oordeelde in zaak 12/1853/JZ dat de camera tijdens een onderzoek aan het lichaam niet aan hoefde te blijven.
Beslissing en waarborgen
De directeur moet vóór de beslissing advies vragen aan een gedragsdeskundige of inrichtingsarts. Kan dit vanwege spoed niet worden afgewacht, dan moet het zo snel mogelijk daarna. In zaak R-19/3773/JA leidde ontbrekend advies tot gegrondverklaring en een tegemoetkoming van € 10.
Verder gelden deze eisen:
- De jeugdige wordt vooraf gehoord: artikel 61 lid 1 sub m Bjj.
- De beslissing wordt onverwijld schriftelijk meegedeeld, met redenen, datum en handtekening: artikel 62 Bjj.
- Bij cameratoezicht tijdens afzondering als ordemaatregel is de beslissing volgens de RSJ voorbehouden aan de directeur.
Hoe lang mag het duren?
De duur hangt samen met het verblijf in afzondering of de strafcel. Artikel 25 lid 1 Bjj noemt voor afzondering maximaal één of twee dagen, afhankelijk van de leeftijd. De directeur kan dit verlengen met één of twee dagen, eveneens afhankelijk van de leeftijd.
Voor een disciplinaire straf noemt artikel 55 lid 1 sub a Bjj maximaal vier dagen voor jeugdigen onder zestien jaar en zeven dagen vanaf zestien jaar. Deze termijnen maken cameratoezicht niet vanzelf toegestaan: de noodzaak blijft vereist.
Cameratoezicht bij tbs
Bescherming van de patiënt zelf
Artikel 34a Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) staat cameraobservatie toe tijdens afzondering of separatie, als dit noodzakelijk is voor de geestelijke of lichamelijke toestand van de patiënt. Het toezicht moet stoppen zodra die noodzaak vervalt. Minder ingrijpende maatregelen moeten worden betrokken bij de afweging.
Bescherming van personeel of andere personen is op zichzelf onvoldoende. De RSJ verklaarde cameratoezicht in zaak R-20/8436/TA onrechtmatig omdat de noodzaak voor bescherming van de patiënt zelf onvoldoende was aangetoond.
Daarnaast moet de afzondering of separatie gerechtvaardigd zijn. Artikel 32 lid 1 Bvt noemt:
- bescherming van de maatschappij tegen de gevaarlijkheid van de patiënt;
- orde of veiligheid in de instelling;
- afwending van ernstig gevaar voor de gezondheid van de patiënt.
In zaak 21/24515/TA hield cameratoezicht verband met verboden spullen, opvallend gedrag en mogelijke gezondheidsrisico’s. De RSJ achtte de beslissing niet onredelijk; de maatregel stopte toen gevaar en noodzaak verdwenen. In zaak 24/38771/TA kon een aanvankelijk korte onderbouwing met een nadere toelichting alsnog voldoende worden gemaakt.
Advies, horen en schriftelijke mededeling
Volgens artikel 34a lid 2 Bvt is vooraf advies nodig van de behandelend psychiater of een aan de inrichting verbonden arts. Bij spoed moet dit zo snel mogelijk achteraf. Voorafgaand telefonisch overleg met de behandelend psychiater kan voldoen.
Artikelen 53 lid 1 sub g en 54 Bvt regelen het horen en de schriftelijke mededeling. De patiënt moet individueel worden gehoord; een groepsgesprek volstaat niet. De gedateerde en ondertekende mededeling moet onverwijld worden uitgereikt, in de regel binnen 24 uur.
Duur en voortzetting
Cameratoezicht hangt samen met de afzondering of separatie. Artikel 34 lid 2 en 4 Bvt noemt maximaal vier weken, met verlenging voor maximaal vier weken na schriftelijke machtiging van de Minister. Ontbreekt die machtiging, dan kan de afzondering niet worden verlengd.
De noodzaak van voortzetting blijft bepalend. Volgens de RSJ volgt uit artikelen 34 en 34a Bvt echter geen verplichting om de voortduring dagelijks door een psychiater te laten beoordelen.
Klagen en schorsing vragen
Tegen cameratoezicht kunt u beklag indienen: een klacht over de beslissing. Tijdens de behandeling daarvan kunt u ook schorsing vragen, een voorlopige onderbreking van het toezicht.
| Sector | Beklag | Schorsing | |---|---|---| | Gevangeniswezen | Artikel 60 Pbw | Artikel 66 Pbw | | Jeugdinrichting | Artikel 65 lid 1 sub m Bjj | Artikel 71 Bjj | | Tbs | Artikel 57 lid 6 Bvt | Artikel 64 Bvt |
In het gevangeniswezen beoordeelt de RSJ het schorsingsverzoek voorlopig. Schorsing is bijvoorbeeld toegewezen wegens een verkeerde wettelijke basis en wegens ontbrekend deskundig advies.
Wat betekent dit voor u?
Vraag welke concrete reden voor het cameratoezicht bestaat en welk wetsartikel wordt toegepast. Controleer of u bent gehoord, deskundig advies is gevraagd en een verlenging werkelijk op actuele omstandigheden berust. Bewaar ontvangen beslissingen en noteer wat het toezicht lichamelijk of geestelijk met u doet.
Bespreek ook of een minder ingrijpende controle mogelijk is. Een camera in de cel betekent overigens niet altijd dat deze aanstaat. In KC 2011/047 was de camera uitgeschakeld, was dat uitgelegd en volgde op verzoek dezelfde dag overplaatsing. De beklagcommissie vond het handelen van de directie in die omstandigheden niet onredelijk.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.