Kennisbank
Bejegening in detentie
Ook in detentie heeft u recht op respectvolle behandeling. Lees wat goede bejegening inhoudt en wanneer u daarover kunt klagen.
Bejegening gaat over de manier waarop u tijdens uw detentie wordt behandeld. U mag verwachten dat medewerkers respectvol met u omgaan en rekening houden met uw persoonlijke omstandigheden. Toch kan niet iedere klacht over die omgang inhoudelijk door een beklagcommissie worden behandeld.
Wat is goede bejegening?
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) kijkt bij bejegening verder dan het contact tussen personeel en ingeslotenen. Ook zorg, activiteiten, veiligheid, rechtsbescherming en voorbereiding op terugkeer in de samenleving horen erbij. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) gebruikt het begrip beperkter: vooral voor het persoonlijke contact met gedetineerden.
Volgens de RSJ is alleen naleving van wettelijke regels niet genoeg. De uitvoering van een straf of maatregel moet ook menswaardig en fatsoenlijk zijn. Daarom formuleerde de RSJ in 2012 een grondbeginsel met acht uitwerkingen. Het zijn richtinggevende uitgangspunten, niet allemaal rechtstreeks afdwingbare toetsingsregels.
Het grondbeginsel is dat goede bejegening steeds voor iedere ingeslotene moet worden nagestreefd. Dat vraagt aandacht voor de persoon, ook wanneer een onverwachte situatie niet precies in de regels past.
De acht beginselen van goede bejegening
1. Fatsoenlijk en professioneel contact
Personeel hoort zonder vooroordelen met u om te gaan en rekening te houden met de situatie. Medewerkers mogen grenzen stellen en u aanspreken op uw gedrag. Daarbij blijft een professionele houding nodig, ook als de spanning oploopt.
Uw eigen houding beïnvloedt eveneens het leefklimaat. Maar als u nog niet gemotiveerd bent voor activiteiten of een re-integratieprogramma, rechtvaardigt dat geen minder respectvolle behandeling. Veiligheid en rechtvaardigheid moeten samengaan met begeleiding naar terugkeer in de samenleving.
2. Perspectief, terugkeer en nazorg
Bij tijdelijke vrijheidsbeneming hoort voorbereiding op het leven daarna. Resocialisatie betekent dat u wordt geholpen om weer deel te nemen aan de samenleving. Daarbij gaat het om persoonlijke ontwikkeling, het aanpakken van problemen en het beperken van detentieschade: nadelige gevolgen van detentie, zoals het verlies van steunende contacten.
De overheid moet zich inspannen om de aansluiting met de maatschappij te behouden en goede nazorg mogelijk te maken. De RSJ noemt plaatsing in de regio waar iemand na detentie gaat wonen als voorbeeld. Een andere plaatsing kan beter zijn wanneer daar bijvoorbeeld geschiktere behandeling beschikbaar is.
Detentie kan ook uw toekomstbeeld ingrijpend veranderen. Geestelijke verzorging kan helpen bij de vragen en onzekerheid die daardoor ontstaan.
3. Een wettelijke en uitlegbare uitvoering
Vrijheidsbeneming en beperkingen moeten berusten op een behoorlijke wettelijke regeling. U moet kunnen weten welke regels gelden en waarom ze worden toegepast. Beslissingen mogen niet willekeurig zijn.
Daarbij spelen proportionaliteit en subsidiariteit een rol. Dat betekent dat een ingreep in verhouding moet staan tot het doel en dat moet worden gekeken of een minder ingrijpende aanpak mogelijk is. De overheid draagt verantwoordelijkheid voor de bejegening als geheel; de directeur voor beslissingen over individuele ingeslotenen.
4. Een zinvolle daginvulling
Een dagprogramma moet structuur én afwisseling bieden. Een gevarieerd activiteitenaanbod kan bijdragen aan ontwikkeling, zelfstandigheid en terugkeer in de samenleving.
Het gaat niet alleen om tijdsbesteding. U moet ook kunnen leren om tijdens en na detentie voor uzelf te zorgen en voor uzelf op te komen. Personeel heeft daarbij een stimulerende taak.
5. Lichamelijke en psychische veiligheid
De overheid moet uw lichamelijke en geestelijke veiligheid beschermen. Na een incident moet zij kunnen laten zien wat zij heeft gedaan om die veiligheid te waarborgen.
Sommige ingeslotenen hebben extra bescherming of begeleiding nodig, bijvoorbeeld mensen met een verstandelijke beperking of zedendelinquenten. Volgens de RSJ kunnen een vertrouwenspersoon en psychische hulp bijdragen aan een veilige omgeving zonder gewelddadige omgang.
6. Rekening houden met de persoon
Goede bejegening vraagt maatwerk: aandacht voor uw belangen, behoeften en omstandigheden. Dat geldt ook bij disciplinaire straffen en ordemaatregelen. Niet alleen de overtreding telt, maar ook wie u bent en wat de achtergrond van uw gedrag is.
Een uitzondering op een algemene regel is niet automatisch oneerlijk. Als dezelfde uitzondering ook voor een ander in vergelijkbare omstandigheden zou gelden, hoeft er geen willekeur te zijn.
Een voorbeeld is de uitspraak van de RSJ van 16 januari 2017, 16/2399/GA. Een transgender gedetineerde in transitie wilde vanwege haar kwetsbare positie alleen douchen. Niet was gebleken dat dit onmogelijk was. De RSJ vernietigde de eerdere uitspraak en kende haar € 50 toe.
7. Niet verder beperken dan noodzakelijk
Vrijheidsbeneming is op zichzelf al de straf. Volgens dit beginsel mogen daar niet onnodig extra beperkingen bovenop komen. De zwaarte van de straf hoort tot uitdrukking te komen in de duur, niet in een onnodig zwaar regime.
Hierbij past normalisatie: het leven binnen de inrichting moet, afgezien van de vrijheidsbeneming, zoveel mogelijk aansluiten bij het gewone maatschappelijke leven. Ook binnen de muren houdt u een persoonlijk leven.
8. Burger blijven, ook in detentie
Detentie neemt uw positie als burger niet weg. Het beginsel van rechtsburgerschap sluit aan bij artikel 15 lid 4 van de Grondwet. Het gaat onder meer om godsdienstvrijheid, kiesrecht, contact met de buitenwereld en toegang tot rechtsbescherming.
De inrichting moet u informeren over mogelijkheden om tegen beslissingen op te komen en u gelegenheid geven die mogelijkheden te gebruiken.
Gevangeniswezen: regels en aandachtspunten
Het beginsel van minimale beperkingen sluit aan bij artikel 2 lid 3 van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Dat beginsel vraagt om aandacht voor de noodzaak van beperkingen en voor individuele omstandigheden.
In een advies van 3 april 2025 uitte de RSJ zorgen over voorgestelde algemene beperkingen met weinig ruimte voor maatwerk. Daarbij wees de raad op de uitbreiding naar 60 plaatsen in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) en 126 plaatsen op Afdelingen voor Intensief Toezicht (AIT). Volgens de RSJ bestaat bij algemene maatregelen het risico dat meer wordt beperkt dan de veiligheid vereist, ten koste van een menswaardige behandeling.
Ook sociale veiligheid verdient aandacht. DJI liet onderzoek uitvoeren naar PI Nieuwersluis, PI Ter Peel en PI Zwolle. Het onderzoeksrapport van de Universiteit Leiden werd op 5 februari 2025 gepubliceerd.
Klagen over bejegening in het gevangeniswezen
Een beslissing of feitelijk gedrag?
Artikel 60 Pbw biedt de mogelijkheid om te klagen over een beslissing die u betreft en die door of namens de directeur is genomen. Een onheuse opmerking of ander gedrag van een medewerker is niet automatisch zo’n beslissing.
Daarom worden bejegeningsklachten vaak niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de beklagcommissie de klacht niet inhoudelijk beoordeelt. Het betekent dus niet dat zij de omgang met u goedkeurt.
Puur feitelijk handelen — wat iemand doet, zonder dat daarin een beklagwaardige beslissing ligt — valt volgens de RSJ niet onder artikel 60 Pbw. Handelen bij de uitvoering van een beslissing kan daarentegen wel voor beklag in aanmerking komen. In de uitspraak van 23 maart 2017, 16/3844/GA, werd handelen van personeel tijdens de taakuitoefening in beginsel toegerekend aan de directeur.
Dat maakt niet iedere handeling beklagwaardig. Zo kwalificeerde de RSJ het gestelde aanraken van een geslachtsdeel als puur feitelijk handelen in de uitspraak van 13 april 2023, 22/27533/GA.
Ernstig en structureel tekortschieten in de zorg
Op 1 september 2023 verduidelijkte de RSJ de beoordeling van klachten over verzorgende taken van de directeur. Ook de omgang door personeel tijdens de taakuitoefening kan hieronder vallen.
Voor deze klachten moet u voldoende belang hebben. Daarvan is in beginsel sprake als de directeur zijn verzorgende taken tegenover u structureel en in belangrijke mate onvoldoende vervult. Het moet dus gaan om een wezenlijk tekort dat niet slechts op zichzelf staat.
Bij de vraag of uw klacht ontvankelijk is, wordt uitgegaan van wat u aanvoert. Pas bij de inhoudelijke beoordeling wordt onderzocht of het gestelde tekort werkelijk bestaat. Blijkt dat niet zo te zijn, dan is de klacht ongegrond.
Een klacht over één keer te laat reageren op een niet-dringende celoproep werd niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij zijn de uitspraken van 1 september 2023, 23/28531/GA en 23/31460/GA, relevant.
De beginselen van goede bejegening kunnen helpen uw klacht te onderbouwen, maar bieden geen garantie op inhoudelijke behandeling. Onderzoek uit 2021 liet zien dat deze beginselen in de beklag- en beroepsrechtspraak nauwelijks werden gebruikt.
Voorbeelden uit de beklagrechtspraak
De uitkomst hangt af van het concrete handelen en de onderbouwing:
- Uitschelden door personeel: dit werd gezien als feitelijk handelen, niet als een beslissing van de directeur. De klacht was niet-ontvankelijk (23 januari 2012, KC 2012/064).
- Filmen tijdens het horen in een cel: alleen toestemming van de directie was in deze omstandigheden onvoldoende. Vanwege de ernstige privacy-inbreuk was toestemming van de gedetineerde nodig. De klacht werd gegrond verklaard en er volgde een tegemoetkoming van € 10 (20 december 2013, KC 2014/011).
- Een afgezegde afspraak met de psycholoog: volgens klaagster had een arbeidsmedewerker haar afspraak tijdens werktijd afgezegd. Uit de stukken bleek onvoldoende wanneer de afspraak was en waarom deze niet doorging. Dat klachtonderdeel was ongegrond; het onderdeel over de omgang door de medewerker was niet-ontvankelijk (4 mei 2021, KC 2021/023).
- Vertraging van een traject: de klacht over de omgang door een medewerker Terugdringen Recidive was niet-ontvankelijk. Het onderdeel over vertraging was ongegrond, omdat onvoldoende vaststond dat het handelen van de medewerker die vertraging had veroorzaakt (25 maart 2013, KC 2013/031).
Bemiddeling via de maandcommissaris
Voor problemen met communicatie of omgang kan bemiddeling passend zijn. U kunt uw onvrede voorleggen aan de maandcommissaris van de Commissie van Toezicht.
Sinds de invoering van de Veegwet op 1 juli 2021 bestaat daarnaast een formeel geregelde bemiddelingsvorm. Informele bemiddeling door de maandcommissaris blijft mogelijk.
Bemiddeling kan alleen goed werken als de vertegenwoordiger van de directeur het probleem kent en voldoende ruimte heeft om oplossingen af te spreken. Soms zijn niet alleen afspraken over één incident nodig, maar ook veranderingen om herhaling te voorkomen.
Tbs: behandeling en bejegening
Bij een tbs-maatregel hoort passende aandacht voor behandeling. Volgens de RSJ voldoet de uitvoering niet aan het beginsel van legitieme tenuitvoerlegging wanneer geen of onvoldoende behandeling wordt aangeboden. Een maatregel heeft daarmee een ander karakter dan een straf.
Ook de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) bevat het beginsel van minimale beperkingen.
Niet iedere klacht over omgang is binnen de tbs beklagwaardig. In een zaak over behandeling door personeel en medepatiënten en over postontvangst oordeelde de beklagcommissie dat bejegening door personeel geen beklagwaardige beslissing was in de zin van de artikelen 56 en 57 Bvt. Het beklag was niet-ontvankelijk (14 januari 2010, KC 2010/010).
Wat betekent dit voor u?
U mag respectvolle omgang verwachten, ook wanneer u moeite heeft met regels of nog niet meedoet aan activiteiten. Heeft u extra bescherming of een individuele aanpassing nodig, leg dan uit welke persoonlijke omstandigheden daarvoor aanleiding geven.
Wilt u een probleem aankaarten, maak dan zo concreet mogelijk:
- wat er is gebeurd en wie daarbij betrokken waren;
- of het om één incident of een terugkerend probleem gaat;
- welke gevolgen het voor u heeft;
- welke beslissing of tekortkoming u aan de orde stelt;
- welke oplossing u zoekt.
Een klacht over een beslissing vraagt een andere beoordeling dan onvrede over de toon van een medewerker. Bij terugkerende tekortkomingen in de verzorging is vooral van belang hoe ernstig en structureel het probleem is. Voor problemen in het dagelijkse contact kan bemiddeling een bruikbare route zijn, ook als formeel beklag niet mogelijk blijkt.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.