Kennisbank
Arrestanten
Voor arrestanten bij DJI gelden bijzondere regels over het dagprogramma, arbeid en overplaatsing. Lees welke rechten u heeft en wanneer u kunt klagen.
Een arrestant bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is niet hetzelfde als iemand die na aanhouding in een politiecel zit. Binnen DJI gaat het om specifieke groepen gedetineerden voor wie tijdelijk een soberder dagprogramma geldt. Ook op een arrestantenafdeling heeft u rechten, onder meer rond de duur van uw verblijf en de behandeling van een overplaatsingsverzoek.
Gevangeniswezen: wat is een arrestantenafdeling?
Een arrestantenafdeling is formeel een gevangenisafdeling met een gemeenschapsregime binnen een Normaal Beveiligde Inrichting (NBI). Het bijzondere zit vooral in het dagprogramma: gedurende de eerste acht weken wordt geen arbeid aangeboden en zijn er 28 uur per week beschikbaar voor activiteiten en bezoek.
Ter vergelijking: op een reguliere gevangenisafdeling omvat het basisprogramma minimaal 42,5 uur activiteiten en bezoek per week. Het plusprogramma biedt 59 uur. Deze omvang staat in artikel 3 lid 2 van de Penitentiaire maatregel (Pm).
Het arrestantenprogramma bestaat sinds 1 januari 2014. Het ontstond uit bezuinigingen die via het Lenteakkoord en het Masterplan DJI 2013–2018 werden uitgewerkt. De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) waarschuwde in februari 2013 dat uitsluiting van arbeid botste met het toenmalige wettelijke recht op arbeid. De staatssecretaris deelde dat standpunt niet en voerde het programma zonder wetswijziging in. De regels over arbeid zijn later wel veranderd.
Arrestantenafdelingen bevinden zich in:
- DC Rotterdam;
- DC Schiphol;
- PI Grave;
- PI Alphen aan den Rijn, locatie Eikenlaan;
- PI Lelystad;
- Justitieel Complex Zeist.
Wie geldt bij DJI als arrestant?
Artikel 1 onder m van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Rspog) bevat vijf categorieën. Die opsomming is uitputtend: niet iedere aangehouden persoon mag dus als DJI-arrestant worden behandeld.
Personen uit deze groepen kunnen bij de politie geregistreerd staan voor aanhouding. Zij kunnen gericht worden opgespoord of bij een controle worden aangehouden. Na verblijf in een politiecel brengt de politie of de Dienst Vervoer & Ondersteuning hen naar een arrestanteninrichting.
1. Onttrekking aan detentie
Dit betreft veroordeelden die zich hebben onttrokken aan de uitvoering van een gevangenisstraf of voorlopige hechtenis. Het gaat hier om personen die al in eerste aanleg tot een vrijheidsstraf zijn veroordeeld, ook wanneer die uitspraak nog niet definitief is. Personen die in een huis van bewaring verblijven vallen niet onder deze categorie.
Een voorbeeld is iemand op een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) die niet terugkeert van verlof.
Een ISD-maatregel is geen gevangenisstraf. Wie definitief is veroordeeld tot plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige Daders en zich tijdens verlof onttrekt, valt daarom niet onder deze categorie. Komt deze persoon na aanhouding toch op een arrestantenafdeling terecht, dan moet zo snel mogelijk overplaatsing naar een inrichting voor ISD’ers volgen.
2. Alsnog uitvoeren van een voorwaardelijke gevangenisstraf
Bij een voorwaardelijke gevangenisstraf hoeft iemand de straf niet te ondergaan zolang hij zich aan de voorwaarden houdt. Naast het niet plegen van strafbare feiten kunnen bijvoorbeeld een meldplicht of behandelverplichting gelden.
Bij overtreding kan de officier van justitie de rechter vragen de straf alsnog te laten uitvoeren. Wijst de rechter dat verzoek toe terwijl de veroordeelde vrij is, dan kan registratie voor aanhouding volgen.
3. Niet betalen van boetes of opgelegde bedragen
Binnen deze categorie bestaan verschillende vormen van vrijheidsbeneming. Het verschil tussen vervangende hechtenis en gijzeling is daarbij wezenlijk: gijzeling is bedoeld als druk om te betalen en laat de betalingsverplichting bestaan.
- Strafrechtelijke geldboete: de rechter bepaalt hoeveel vervangende hechtenis volgt bij niet betalen. Per € 25 mag niet meer dan één dag worden opgelegd, met maximaal één jaar in totaal. Na het uitzitten hoeft de boete niet meer te worden betaald. Dit volgt uit artikel 24c, derde lid, Wetboek van Strafrecht (Sr).
- Schadevergoedingsmaatregel: de veroordeelde betaalt aan de Staat, die het bedrag doorbetaalt aan het slachtoffer of de nabestaande. Bij niet betalen kan gijzeling volgen: maximaal één dag per € 25, tot hoogstens één jaar. De schuld blijft bestaan, ook na volledige gijzeling. Zie artikel 36f, vijfde lid, Sr en artikel 6:4:20 Wetboek van Strafvordering (Sv).
- Verkeersboetes onder de Wet Mulder: de officier van justitie kan de kantonrechter om gijzeling vragen. Deze duurt maximaal één week per boete. Betaling blijft verplicht. Wordt tijdens de gijzeling betaald, dan moet direct invrijheidstelling volgen volgens artikel 28, vierde lid, Wet Mulder.
- Ontnemingsmaatregel: dit betreft het afdragen van voordeel uit strafbare feiten. De rechter bepaalt maximaal één dag gijzeling per € 25, met een maximum van drie jaar. Bij niet betalen kan de officier van justitie de rechter om toepassing vragen. De betalingsverplichting blijft bestaan; na betaling moet directe invrijheidstelling volgen. Zie artikel 36e Sr en artikel 6:6:25 Sv.
De Rspog verwijst bij de ontnemingsmaatregel nog naar het vervallen artikel 577c Sv. Daarvoor is artikel 6:6:25 Sv in de plaats gekomen.
4. Niet verschijnen na een zelfmeldoproep
Een veroordeelde die niet vastzit wanneer de uitspraak definitief wordt, kan een zelfmeldbrief krijgen. Daarin staat waar en wanneer hij zich moet melden om de vrijheidsstraf te ondergaan.
Wie niet verschijnt, verliest de zelfmeldstatus en wordt geregistreerd voor aanhouding. De politie kan daarna actief naar deze persoon zoeken of hem bij een controle aanhouden.
5. Herroeping van voorwaardelijke invrijheidstelling
Voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) betekent dat iemand onder voorwaarden vrijkomt voordat de volledige gevangenisstraf is uitgezeten. Bij overtreding kunnen die vrijlating en voorwaarden worden teruggedraaid: de v.i. wordt dan herroepen. Wie vervolgens wordt aangehouden, kan als arrestant worden geplaatst.
Sinds de Wet straffen en beschermen (Wet SenB) op 1 juli 2021 gelden verschillende regels, afhankelijk van de datum van de uitspraak.
Uitspraken vóór 1 juli 2021: v.i. geldt voor definitieve, onvoorwaardelijke gevangenisstraffen van meer dan één jaar. Bij een straf tussen één en twee jaar komt iemand daarvoor in aanmerking na één jaar plus een derde van het resterende strafdeel. Bij twee jaar of meer is dat na twee derde van de straf. Het Openbaar Ministerie (OM) bepaalt de voorwaarden, maar moet de rechter vragen om uitstel, het achterwege laten of herroeping van v.i.
Uitspraken op of na 1 juli 2021: bij straffen van twee jaar of meer blijft twee derde het uitgangspunt, maar de v.i. duurt maximaal twee jaar. Het OM kan zelf beslissen over uitstel, niet verlenen en herroeping. Tegen die beslissingen kan de veroordeelde bezwaar maken bij de rechtbank.
Na herroeping moet alsnog het hele resterende strafdeel of een gedeelte daarvan worden uitgezeten. Wie vrij is, kan voor aanhouding worden geregistreerd.
Hoelang mag het sobere programma duren?
Het verblijf op een arrestantenafdeling met een sober programma mag maximaal 56 dagen, oftewel acht weken, duren. Loopt de detentie daarna door, dan moet uiterlijk op dag 56 overplaatsing naar een reguliere gevangenisafdeling plaatsvinden. Eindigt de detentie eerder, dan volgt vrijlating vanuit de arrestantenafdeling.
Tijdens de arrestantenperiode bestaat geen recht op plaatsing in het eigen arrondissement. De directeur moet wel rekening houden met uw eventuele belang bij verblijf in uw woonregio. Dat volgt uit artikel 25, achtste lid, Rspog en RSJ 12 juni 2019, R-19/3137/GB. Na overplaatsing naar een reguliere gevangenisafdeling geldt wel het recht op regionale plaatsing, op grond van artikel 25, zevende en achtste lid, Rspog.
Arbeid, inkomen en dagbesteding
Sinds 1 juli 2021 kent artikel 47 Pbw geen algemeen recht op arbeid meer. Wel heeft de directeur een zorgverplichting om arbeid beschikbaar te stellen, met als uitgangspunt een aanbod aan iedere gedetineerde. Een verzoek om te werken vraagt om een zorgvuldige beslissing.
Artikel 1a van de Regeling arbeid gedetineerden (Rag) maakt uitzonderingen: de zorgverplichting geldt niet tijdens de eerste twee weken van detentie en voor arrestanten niet tijdens de eerste acht weken. In die arrestantenperiode bestaat ook geen recht op loonvervangende tegemoetkoming, het zogenoemde wachtgeld. Zie artikel 5 en artikel 6 Rag.
De RSJ adviseerde op 1 april 2021 om arrestanten ook in deze periode arbeid of andere zinvolle dagbesteding te bieden. Arbeid geeft structuur; het ontbreken ervan werd door veel arrestanten en bewaarders als gemis ervaren. De minister nam dit advies niet over. Voor de eerste twee weken wees hij op gewenning, intake, screening en het detentie- en re-integratieplan. De langere uitsluiting voor arrestanten moest volgens hem zelfmelden stimuleren. Zelfmelders worden rechtstreeks in het plusprogramma geplaatst.
Rechtspraak over het aantal activiteitenuren
Op 2 januari 2023 verklaarde een beklagcommissie een klacht over het arrestantenprogramma gegrond (KC2023/009). Volgens de commissie bood de Pm geen uitzondering op het minimum van 42,5 uur. Zij kende € 40 tegemoetkoming toe.
De directeur ging in beroep en kreeg op 5 juni 2023 gelijk bij de RSJ (23/31414/GA). De RSJ vond uitsluiting van arbeid niet strijdig met hogere regelgeving. Het beoordeelde programma van 26,5 uur week feitelijk af van artikel 3 lid 2 Pm, maar die afwijking was volgens de RSJ gerechtvaardigd. Ook hoefde de ontbrekende arbeid volgens die uitspraak niet door andere activiteiten te worden vervangen.
Promotie en verzoeken om overplaatsing
Normaal kunnen gedetineerden na zes weken goed gedrag voor promotie in aanmerking komen, volgens artikel 1d, derde lid, Rspog. Arrestanten zijn sinds de Wet SenB echter uitgesloten van het beleid van promoveren en degraderen: artikel 1e Rspog.
U heeft als arrestant daarom geen recht op een gedragsbeslissing. Een promotiebesluit is wel mogelijk, zodat u na overplaatsing meteen naar het plusprogramma kunt. Zonder zo’n besluit, of na een besluit vanwege ongewenst of ontoelaatbaar gedrag, volgt plaatsing in het basisprogramma.
Daarnaast mag u via de directeur om overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling vragen. Artikel 18, eerste lid, Pbw geldt ook voor arrestanten. De casemanager moet dat verzoek namens de directeur behandelen.
Dat geldt ook voor een verzoek tot deelname aan een penitentiair programma (pp). In RSJ 24 januari 2020, R-19/4109/GA, mocht de directeur behandeling niet weigeren met het argument dat hij geen RISC-screening kon aanvragen. Hij moest het verzoek behandelen, adviseren en voorleggen aan de selectiefunctionaris.
Klagen of bezwaar maken bij vertraging
De directeur moet ervoor zorgen dat binnen acht weken een selectieadvies voor overplaatsing naar de selectiefunctionaris gaat. De casemanager verzorgt dit namens hem.
Welke route openstaat, hangt af van waar de vertraging ontstaat:
- Bij de inrichting: tegen een te lang verblijf door nalatigheid van de casemanager kunt u klagen bij de Commissie van Toezicht. Ook onvoldoende voortvarend handelen waardoor overschrijding van de acht weken te verwachten is, kan aanleiding zijn voor beklag.
- Bij de selectiefunctionaris: zodra het selectieadvies is verstuurd, verschuift de verantwoordelijkheid. Tegen te laat beslissen of te lang wachten met de daadwerkelijke overplaatsing kunt u bezwaar indienen bij de selectiefunctionaris.
Deze verdeling volgt uit RSJ 8 juni 2020, R-19/3833/GA. De mogelijkheid om over onvoldoende voortvarend handelen te klagen blijkt ook uit RSJ 11 augustus 2022, 21/23779/GA.
Wat betekent dit voor u?
Controleer eerst waarom u als arrestant bent geplaatst: u moet onder een van de vijf categorieën vallen. Bij een ISD-maatregel verdient dit extra aandacht.
Houd daarnaast de achtwekentermijn bij. Vraag uw casemanager tijdig wanneer het selectieadvies wordt verstuurd en naar welke afdeling overplaatsing wordt voorgesteld. Geef uw belang bij plaatsing in de woonregio aan. Loopt het proces vast, vraag dan waar uw verzoek ligt: dat bepaalt of beklag bij de Commissie van Toezicht of bezwaar bij de selectiefunctionaris past.
Zit u vast wegens niet betalen, maak dan onderscheid tussen vervangende hechtenis en gijzeling. Het uitzitten van gijzeling betekent niet dat de schuld verdwijnt.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.