Kennisbank
Verlof
De regels voor verlof in de gevangenis, jeugdinrichting en tbs: voorwaarden, duur, uitzonderingen en mogelijkheden om te klagen.
Verlof biedt de mogelijkheid om tijdelijk buiten de inrichting te verblijven. Welke mogelijkheden u heeft, hangt af van uw situatie, het doel van het verlof en de veiligheidsrisico’s. Voor gevangenissen, jeugdinrichtingen en tbs-klinieken gelden verschillende regels.
Verlof in het gevangeniswezen
Artikel 26 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) vormt de basis voor verlof. De uitwerking staat in de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi). Tijdens verlof loopt de straf door; bij strafonderbreking wordt de uitvoering juist stilgezet.
Re-integratieverlof en uw verlofplan
Re-integratieverlof moet bijdragen aan een concreet doel uit uw detentie- en re-integratieplan: het D&R-plan. Denk aan werk, huisvesting of herstel van gezinscontacten. Sinds 1 januari 2025 gelden aangescherpte regels, vooral voor sociaal verlof.
Het verlofplan is onderdeel van het D&R-plan. Daarin staan het doel, de bijdrage van het verlof daaraan, de benodigde duur en frequentie. Een verlofplan is nog geen toestemming om te vertrekken. Daarvoor blijft een afzonderlijke beslissing nodig.
Kortdurend verlof voor praktische zaken
Artikel 19 Rtvi maakt verlof mogelijk voor bijvoorbeeld een sollicitatiegesprek, identiteitsbewijs, huurcontract, examen of gedragsinterventie. Er geldt geen maximumaantal. U vertrekt en keert terug op dezelfde dag; het verlof duurt niet langer dan noodzakelijk.
Bij straffen tot en met zes jaar gelden beide voorwaarden:
- U zit ten minste zes weken, oftewel 42 dagen, vast.
- De periode tot uw al dan niet voorwaardelijke invrijheidstelling is maximaal achttien maanden.
Bij langere straffen kan dit verlof maximaal zes maanden vóór het moment waarop langdurend re-integratieverlof mogelijk wordt, beginnen.
U moet uitleggen waarom persoonlijke aanwezigheid nodig is. Volgens de RSJ hoeft niet bij ieder sollicitatiegesprek eerst te worden onderzocht of videobellen volstaat (25 januari 2022, 21/22930/GV).
Kortdurend verlof voor uw sociale netwerk
Voor bijvoorbeeld gezinsbezoek geldt artikel 19a Rtvi:
- Het bezoek dient een specifiek doel uit het D&R-plan.
- Verlof is maximaal eenmaal per kwartaal mogelijk.
- Vertrek en terugkeer vallen op dezelfde dag.
- Heeft u dat kwartaal al langdurend verlof voor hetzelfde doel gekregen, dan wordt het verzoek afgewezen.
Combinatie met praktisch re-integratieverlof in dezelfde periode is wel mogelijk.
Langdurend re-integratieverlof
Artikel 20 Rtvi biedt ruimte voor verlof met overnachtingen. Dit betreft vaak sociale contacten, maar kan ook een meerdaagse interventie betreffen. Gezinsbezoek moet bijvoorbeeld gericht zijn op stabiel gezinscontact of het opnieuw leren vervullen van een opvoedingsrol.
De hoofdregels zijn:
- Maximaal eenmaal per kwartaal, tot 76 uur en maximaal drie aaneengesloten nachten.
- Eerst moet kortdurend verlof zonder incidenten hebben plaatsgevonden.
- Kortdurend en langdurend sociaal verlof mogen niet voor hetzelfde doel in hetzelfde kwartaal worden verleend.
- Ongebruikte uren kunnen niet worden meegenomen naar een volgend kwartaal.
De opbouw moet passend zijn. De RSJ accepteerde een afwijzing omdat eerst onbegeleid kortdurend verlof een logische vervolgstap was (8 maart 2023, 22/30601/GA).
Voor zowel kortdurend sociaal verlof als langdurend verlof geldt bij straffen tot en met zes jaar: minimaal vier maanden detentie, minstens de helft van de straf ondergaan én maximaal twaalf maanden tot de al dan niet voorwaardelijke invrijheidstelling. Bij straffen boven zes jaar geldt de termijnformule: twaalf maanden plus anderhalve maand per volledig strafjaar boven zes jaar.
Beide verlofvormen worden geweigerd als zij vallen in de laatste vijf dagen vóór plaatsing in een penitentiair programma (PP), voorwaardelijke invrijheidstelling of het detentie-einde (artikel 16 lid 2 Rtvi).
Werken buiten de inrichting en uitzonderingen
Voor extramurale arbeid — werken buiten de inrichting — beslist de selectiefunctionaris namens de minister (artikel 20a Rtvi). Dit verlof is een voorwaarde voor verblijf op een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) en duurt minimaal vier weken en maximaal twaalf maanden. Gedrag, risico’s en slachtofferbelangen wegen mee.
Op de BBA zijn kortdurend sociaal verlof en langdurend verlof eenmaal per maand mogelijk. Beide kunnen binnen dezelfde maand plaatsvinden.
Bij uitzonderlijke, zwaarwegende redenen kan de hardheidsclausule worden toegepast (artikel 18 lid 4 Rtvi). Mogelijk zijn onder meer extra verlofmomenten, combinatie van beide sociale verlofvormen en langdurend verlof tot 196 uur en acht aaneengesloten nachten. Ook kan de eis van voorafgaand incidentvrij kortdurend sociaal verlof vervallen. Erkende interventies en speciale programma’s voor basisvoorwaarden of sociale contacten kunnen zwaarwegende redenen vormen. Vraag de gewenste uitzondering uitdrukkelijk aan en onderbouw deze: toepassing is geen recht.
Incidenteel verlof
Incidenteel verlof is bedoeld voor uitzonderlijke persoonlijke gebeurtenissen waarbij uw aanwezigheid noodzakelijk is, zoals een geboorte of begrafenis. Zowel veroordeelden als voorlopig gehechten kunnen dit aanvragen. De artikelen 21 tot en met 33 Rtvi regelen deze mogelijkheid; de genoemde gebeurtenissen vormen geen gesloten lijst.
Normaal keert u dezelfde dag terug. Alleen een lange reistijd kan terugkeer de volgende dag rechtvaardigen. Begeleiding of bewaking is mogelijk.
Meestal beslist de directeur. Bij voorlopige hechtenis moet advies van het Openbaar Ministerie worden gevraagd. Wil de directeur toewijzen terwijl het OM negatief adviseert, dan beslist de minister. De minister beslist ook bij bijzondere categorieën uit artikel 32 lid 2 Rtvi, zoals gedetineerden in een EBI.
Spoed verdient concrete onderbouwing. In KC 2022/012 had de inrichting een aanvraag voor afscheid van een ernstig zieke grootvader sneller moeten behandelen, vervoer vooraf moeten onderzoeken en daarna een rouwbezoek moeten overwegen. De klacht was gegrond.
Strafonderbreking
Strafonderbreking duurt minimaal 48 uur en maximaal drie maanden (artikel 35 Rtvi). Alleen onherroepelijk veroordeelden — mensen van wie de veroordeling definitief is — komen hiervoor in aanmerking. Tijdens de onderbreking loopt de straf niet door.
Aanleidingen kunnen zijn: verzorging van een ernstig ziek gezinslid, geboorte, overlijden of dringende medische, therapeutische of zakelijke omstandigheden. Waar van toepassing moet blijken dat u zaken niet eerder kon regelen en niemand deze kan overnemen. Een kinderwens is op zichzelf onvoldoende.
Strafonderbreking is niet mogelijk tijdens voorlopige hechtenis, tbs, vreemdelingenbewaring of de ISD-maatregel. Als ander verlof volstaat of invrijheidstelling kan worden afgewacht, wordt geen strafonderbreking verleend. De minister beslist volgens artikel 39 Rtvi. Veranderde omstandigheden kunnen leiden tot aanpassing, verplaatsing of gedeeltelijke intrekking (artikel 40 Rtvi).
Bijzondere groepen
Voor mensen met een ISD-maatregel gelden eigen verlofregels. Ook levenslanggestraften hebben een afzonderlijke regeling. Zij kunnen incidenteel verlof krijgen en na 25 jaar in aanmerking komen voor re-integratieactiviteiten, waaronder verlof volgens artikel 20d Rtvi. De minister beslist na advies van het Adviescollege levenslanggestraften. Dit verlof duurt maximaal één dag, met elektronisch toezicht en aanvankelijk begeleiding en bewaking.
Het tijdelijke capaciteitsverlof met een enkelband gold van juni 2024 tot en met 1 januari 2026.
Verlof voor jeugdigen
De basis staat in de artikelen 28 tot en met 30 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj), met verdere regels in het Reglement justitiële jeugdinrichtingen (Rjj).
Verblijfsgrond en voorwaarden
Voor jeugdigen die op grond van artikel 6.2.2 lid 2 Jeugdwet in een justitiële jeugdinrichting verblijven, geldt artikel 29 Bjj: minimaal eenmaal per zes weken ten minste twaalf uur verlof. De directeur kan daarvan afwijken als verantwoord verlof niet mogelijk is of gevaar voor de jeugdige of omgeving bestaat.
Bij een strafrechtelijk verblijf is een ministeriële machtiging nodig (artikel 30 Bjj). De straf of maatregel loopt tijdens verlof door. De jeugdige mag geen misdrijf plegen; aanvullende voorwaarden zijn mogelijk. Gevaar of het niet naleven van voorwaarden kan tot intrekking leiden.
Volgens artikel 31 Rjj worden het belang van de jeugdige en de risico’s afgewogen. Daarbij tellen onder meer het delict, maatschappelijke onrust, vlucht- en herhalingsgevaar, eerdere verloven en recent gedrag mee. Begeleiding of bewaking kan risico’s beperken.
Planmatig en incidenteel verlof
Planmatig verlof is alleen mogelijk bij een strafrechtelijk verblijf. Het verlofplan hoort bij het perspectiefplan, dat gericht is op terugkeer in de samenleving. Artikel 33 Rjj onderscheidt:
- Begeleid dagverlof zonder overnachting.
- Onbegeleid dagverlof zonder overnachting.
- Onbegeleid verlof met één overnachting.
- Onbegeleid verlof met meerdere overnachtingen.
Incidenteel verlof staat open voor iedere jeugdige in een justitiële jeugdinrichting. Het betreft persoonlijke omstandigheden waarvoor aanwezigheid noodzakelijk is, bijvoorbeeld levensgevaar van een naaste, een bevalling of examen. Het duurt maximaal drie etmalen en kan begeleid of onbegeleid plaatsvinden (artikel 32 Rjj).
Een afwijzing voor een besnijdenisfeest werd onredelijk gevonden, mede omdat eerdere verloven goed waren verlopen (RSJ 10 augustus 2010, 10/0733/JV). Een verlofbeperking vraagt ook een eigen onderbouwing: alleen een ordemaatregel was in KC 2016/020 onvoldoende.
Scholings- en trainingsprogramma
Het STP ondersteunt geleidelijke terugkeer. Deelname kan nadat minstens twee derde van de definitieve straf is verstreken; de start ligt uiterlijk drie maanden vóór het strafeinde. Het programma omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten rond wonen, werk, school of vrije tijd. De reclassering houdt toezicht; de jeugdinrichting blijft verantwoordelijk.
Verlof bij tbs en forensische zorg
Bij tbs met dwangverpleging is verlof onderdeel van de behandeling, maar geen wettelijk recht. Artikel 50 Bvt geeft ruimte voor verlof met ministeriële machtiging als de veiligheid dat toelaat. Behandelvooruitgang en vermindering van het risico op nieuwe delicten zijn bepalend.
Opbouw van het verlof
Artikel 53 Rvt onderscheidt verschillende stappen:
- Begeleid verlof: met personeel, doorgaans maximaal een dag of dagdeel, zonder overnachting.
- Onbegeleid verlof: van enkele uren tot maximaal zes overnachtingen, bijvoorbeeld voor opleiding, werkervaring of sociale contacten.
- Transmuraal verlof: langer buiten de kliniek wonen, met toezicht op afstand en verantwoordelijkheid bij de kliniek. Eerdere fasen moeten goed zijn verlopen of gemotiveerd zijn overgeslagen.
- Proefverlof: terugkeer in de samenleving met reclasseringstoezicht. De kliniek blijft verantwoordelijk en kan bij problemen direct opnieuw opnemen (artikel 51 Bvt).
Daarnaast bestaat incidenteel of humanitair verlof. Voor langdurige forensische psychiatrische zorg kan begeleid humanitair verlof mogelijk zijn, bijvoorbeeld voor familiebezoek. Dit duurt doorgaans één dag.
Aanvraag, voorwaarden en machtiging
De kliniek bereidt de aanvraag en risicotaxatie voor. Na interne toetsing controleert de verlofunit van DJI de procedure. Het onafhankelijke Adviescollege Verloftoetsing Tbs (AVT) adviseert inhoudelijk. Een negatief advies bindt de minister; van een positief advies mag deze afwijken. Aanvullende informatie of een tweede beoordeling kan nodig zijn.
Een machtiging geldt één jaar; incidenteel verlof krijgt een eenmalige machtiging. De kliniek moet twee maanden vóór afloop een evaluatie indienen. Naast het verbod om misdrijven te plegen kunnen voorwaarden gelden, zoals een enkelband.
Een machtiging vervalt onder meer bij meer dan 24 uur ongeoorloofde afwezigheid tijdens onbegeleid verlof, behalve bij overmacht. Ook een door het OM gemelde verdenking van een tijdens de tbs gepleegd feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, kan dit gevolg hebben. De vroegere automatische maatregel ‘één jaar geen verlof’ is gewijzigd: een nieuwe machtiging kan mogelijk zijn als behandeling en veiligheid dit toelaten.
De minister kan machtigingen intrekken; het kliniekhoofd kan het daadwerkelijke verlof intrekken. Dat zijn verschillende beslissingen.
Klagen en beroep
De juiste procedure hangt af van wie beslist:
- Gevangenis: tegen afwijzing van incidenteel verlof door de directeur staat beklag open op grond van artikel 60 Pbw. Tegen ministeriële afwijzing en beslissingen over strafonderbreking staat rechtstreeks beroep bij de RSJ open.
- Jeugd: zonder machtiging beslist de selectiefunctionaris; beroep is mogelijk volgens artikel 77 lid 2 Bjj. Met machtiging beslist de directeur; daartegen kan beklag volgens artikel 65 Bjj worden ingediend.
- Tbs: tegen ministeriële intrekking staat beroep open volgens artikel 69 lid 1 Bvt. Bij intrekking door het kliniekhoofd kan beklag mogelijk zijn, maar individuele behandelbeslissingen zijn niet altijd beklagwaardig. Tegen het niet aanvragen, niet verlenen of automatisch vervallen van een machtiging staat geen rechtsmiddel open.
Wat betekent dit voor u?
Koppel uw aanvraag aan het juiste verlofdoel en leg uit waarom uw aanwezigheid buiten noodzakelijk is. Voeg onderbouwing toe, zeker bij ziekte, overlijden of gezinscontact. Benoem spoed, benodigde begeleiding en de gewenste duur. Controleer bij een afwijzing wie heeft beslist en of het gaat om weigering, intrekking van verlof of verlies van de machtiging: dat bepaalt welke klacht- of beroepsroute past.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.