Kennisbank
Tegemoetkoming
Bij een gegronde klacht kunt u een tegemoetkoming krijgen voor ondervonden ongemak, in geld of bijvoorbeeld extra bezoek- of luchttijd.
Als uw klacht over een beslissing in detentie geheel of gedeeltelijk gegrond wordt verklaard, kan een tegemoetkoming volgen. Dat is een compensatie voor het ongemak dat u heeft ervaren, bijvoorbeeld in de vorm van een extra bezoekmoment of een geldbedrag. Een gegronde klacht betekent niet automatisch dat u recht heeft op een tegemoetkoming.
Wanneer kunt u een tegemoetkoming krijgen?
Een klacht is gegrond als de beklagcommissie of beklagrechter u gelijk geeft. Het eerste uitgangspunt is dan dat de directeur de gevolgen van de bestreden beslissing zo veel mogelijk terugdraait.
Soms kan dat niet meer. Een disciplinaire straf of ordemaatregel kan bijvoorbeeld al volledig zijn uitgevoerd. De tijd die u daardoor onder beperkingen heeft doorgebracht, kan niet worden teruggegeven. In zo’n situatie kan een tegemoetkoming aan de orde zijn. Dit speelt bijvoorbeeld in de uitspraak van de RSJ van 8 april 2026, 25/46170/GA.
De wet laat de beklagcommissie of beklagrechter ruimte om te beslissen of een tegemoetkoming passend is. Juristen noemen dit een *discretionaire bevoegdheid*: de wet geeft de mogelijkheid, maar verplicht niet tot toekenning.
Gevangeniswezen en vreemdelingenbewaring
Voor gedetineerden en vreemdelingen staat de regeling in de Penitentiaire beginselenwet (Pbw):
- Artikel 68, zesde lid, Pbw: bij een geheel of gedeeltelijk gegronde klacht moeten de gevolgen van de beslissing zo veel mogelijk ongedaan worden gemaakt.
- Artikel 68, zevende lid, Pbw: als herstel niet meer mogelijk is, kan een tegemoetkoming worden toegekend. Dat hoeft geen geldbedrag te zijn.
- Artikel 70, eerste lid, Pbw: als beroep wordt ingesteld, wordt de uitvoering van het onderdeel over de tegemoetkoming opgeschort.
De tegemoetkoming is dus bedoeld voor gevolgen die niet meer kunnen worden hersteld, niet als automatische beloning voor het winnen van een klachtprocedure.
Justitiële jeugdinrichtingen
Voor jeugdigen geldt de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj). Artikel 73, zesde lid, Bjj stelt herstel van de gevolgen voorop wanneer een klacht geheel of gedeeltelijk gegrond is. Artikel 73, zevende lid, Bjj maakt een tegemoetkoming mogelijk als dat herstel niet meer kan.
Ook bij jeugdigen kan de compensatie bestaan uit geld of uit iets anders, zoals een extra bezoek- of luchtmoment. Of een tegemoetkoming wordt toegekend, blijft een afzonderlijke beoordeling.
Volgens artikel 75, eerste lid, Bjj wordt het onderdeel van de uitspraak over de tegemoetkoming niet uitgevoerd zolang dit door het ingestelde beroep is opgeschort.
Tbs
Voor ter beschikking gestelden staat de regeling in de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt). Artikel 66, zesde lid, Bvt gaat uit van het zo veel mogelijk terugdraaien van de gevolgen van een beslissing waarover terecht is geklaagd.
Als dat niet meer mogelijk is, biedt artikel 66, zevende lid, Bvt ruimte voor een tegemoetkoming. Die kan financieel zijn, maar ook een andere vorm hebben. Ook hier is toekenning niet verplicht.
De regeling over opschorting bij beroep staat in artikel 67, zesde lid, Bvt. Het instellen van beroep houdt de uitvoering van de toegekende tegemoetkoming tegen.
Waarvoor is de tegemoetkoming bedoeld?
Compensatie voor ongemak
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) benadrukt dat een tegemoetkoming vooral een symbolische compensatie is voor het ongemak door de bestreden beslissing. Het gaat niet om een volledige vergoeding van financiële schade. Dit onderscheid komt onder meer terug in RSJ 21 augustus 2019, R-19/3724/GA, en RSJ 23 februari 2024, 23/31574/GA.
Een toegekend geldbedrag betekent dus niet dat al uw schade daarmee is berekend of vergoed.
Geen vergoeding van advocaat- of procedurekosten
Wie tijdens beklag of beroep hulp krijgt van een advocaat, kan kosten maken. De beginselenwetten bieden echter geen mogelijkheid om de andere partij te veroordelen tot betaling van de procedurekosten of de kosten van rechtsbijstand. De RSJ heeft dit onder meer bevestigd op 1 december 2023, 23/35789/GV.
Welke compensatie is mogelijk?
De voorkeur gaat uit naar compensatie in natura: u krijgt geen geld, maar bijvoorbeeld een extra bezoekmoment of extra gelegenheid om te luchten. Als zo’n oplossing niet mogelijk is, kan een financiële tegemoetkoming passend zijn.
Een aanbod van de inrichting kan meewegen bij de beoordeling. In een zaak over een vervallen luchtmoment vond de RSJ een tegemoetkoming niet nodig, omdat de inrichting excuses had gemaakt en passende compensatie had aangeboden. De klager had dat aanbod afgewezen (RSJ 21 maart 2011, 10/2600/GA).
Dat betekent niet dat het weigeren van een passend aanbod iedere tegemoetkoming uitsluit. In een latere uitspraak heeft de RSJ duidelijk gemaakt dat ook na zo’n weigering ruimte kan blijven voor een tegemoetkoming (RSJ 2 september 2024, 23/35785/GA).
Hoe hoog is een financiële tegemoetkoming?
De RSJ hanteert standaardbedragen voor veelvoorkomende situaties. Deze bedragen zijn afgestemd op de inkomsten van mensen in detentie. Ze zijn daarom bescheiden en niet vergelijkbaar met bedragen die buiten detentie gebruikelijk zijn.
Het algemene minimumbedrag is € 7,50. Dit betekent niet dat iedere gegronde klacht minimaal dat bedrag oplevert: eerst moet worden beslist dát een financiële tegemoetkoming wordt toegekend.
De lijst met standaardbedragen is met ingang van 1 oktober 2025 herzien. Daarbij zijn verschillende bedragen en teksten aangepast.
De commissies van toezicht en de RSJ kunnen vanwege de omstandigheden afwijken van de standaardbedragen. Een bedrag kan bijvoorbeeld lager uitvallen als de klacht alleen om formele redenen gegrond is: er is dan bijvoorbeeld iets misgegaan met de procedure. Bij toekenning van een financiële tegemoetkoming blijft € 7,50 het minimum.
Schade aan of vermissing van spullen
Wanneer kan schade worden meegenomen?
Hoewel een tegemoetkoming geen gewone schadevergoeding is, kunnen schadeaspecten soms wel meewegen. Dat kan wanneer de schade eenvoudig kan worden vastgesteld en hersteld. Bewijs van de schade en van de betrokken spullen maakt daarbij verschil.
In een zaak over vermiste kleding liet de klager tijdens de zitting originele aankoopbonnen zien, samen met kledingstukken die overeenkwamen met de verdwenen kleding. De RSJ vond de schade voldoende onderbouwd en kende € 450 toe. Dat was de helft van de waarde, omdat de kleding zes maanden eerder was gekocht (RSJ 2 oktober 2015, 15/1505/GA).
In een andere zaak waren aankoopbonnen met merk en maat onvoldoende. Het ging om schoenen en een korte broek. Een verklaring van degene die de spullen had ingevoerd ontbrak. Daardoor stond onvoldoende vast dat de bonnen daadwerkelijk bij de vermiste spullen hoorden en was de omvang van de schade niet eenvoudig vast te stellen (RSJ 31 januari 2020, R-19/5150/GA).
Bonnen kunnen dus helpen, maar zijn niet altijd genoeg. Aanvullende onderbouwing, zoals een verklaring van degene die de goederen heeft gebracht, kan nodig zijn.
Voor een volledige schadevergoeding is het uitgangspunt dat u zich tot de burgerlijke rechter moet wenden. Daar gelden de regels van artikel 6:95 en verder van het Burgerlijk Wetboek.
Spullen raken beschadigd of kwijt bij overplaatsing
Goederen die niet samen met u reizen, worden door de Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) in dozen vervoerd. Bij beschadiging of vermissing tijdens of rond dit vervoer moet u zich richten tot de directeur van de betrokken inrichting. Dat DV&O een eigen commissie van toezicht heeft, verandert dit niet.
De Circulaire Vrachtvervoer en Aansprakelijkheid bij Schade van 31 oktober 2014 verdeelt de verantwoordelijkheid als volgt:
- In beginsel is de verzendende inrichting aansprakelijk.
- Zodra de ontvangende inrichting voor ontvangst tekent, gaat de aansprakelijkheid daarop over.
Welke directeur u moet aanspreken, hangt dus af van wat er rond het vervoer en de ontvangst is gebeurd. Dit onderscheid komt ook terug in RSJ 14 april 2023, 22/29158/GA.
Schade of vermissing bij invoer
Bij het invoeren van goederen draagt de gedetineerde in beginsel zelf het risico. Bijzondere omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat dit risico bij de inrichting komt te liggen. Dat kan bijvoorbeeld als de registratie van binnengebrachte en uitgereikte goederen niet op orde is.
In een zaak over een beschadigde gitaar kwam de schade voor rekening van de directeur, omdat geen invulformulier of andere documentatie was overgelegd. De gedetineerde kreeg een tegemoetkoming van € 25 (RSJ 13 juli 2015, 14/4841/GA). Dat bedrag hoort bij die specifieke zaak en is geen algemeen tarief voor beschadigde goederen.
Klagen en beroep over de tegemoetkoming
Beroep tegen toekenning of weigering
Zowel de klager als de directie kan in beroep gaan tegen een uitspraak waarin een tegemoetkoming is toegekend. U kunt ook beroep instellen als juist géén tegemoetkoming is toegekend. Die laatste mogelijkheid blijkt onder meer uit RSJ 16 mei 2022, 21/20495/GA.
Beroep bij de RSJ heeft niet voor de hele uitspraak hetzelfde gevolg:
- De overige onderdelen van de uitspraak worden door het indienen van beroep niet opgeschort en moeten gewoon worden uitgevoerd.
- Het onderdeel over de tegemoetkoming wordt wél opgeschort. Een toegekend geldbedrag wordt daarom nog niet uitgekeerd als beroep is ingesteld.
Als het oorspronkelijke belang bij beroep is verdwenen
Uw situatie kan tijdens een procedure veranderen. U kunt bijvoorbeeld inmiddels vrij zijn of in de inrichting van uw voorkeur verblijven. Daardoor kan het oorspronkelijke belang bij een inhoudelijke beoordeling wegvallen. Een verzoek om een financiële tegemoetkoming kan dan nog relevant zijn.
Sinds januari 2021 geldt voor klagers met een advocaat een specifieke regel: het verzoek om een financiële tegemoetkoming moet uitdrukkelijk in het beroepschrift staan. Bij een pro-formaberoepschrift, waarbij de redenen voor het beroep later volgen, moet het verzoek in die nagestuurde gronden worden opgenomen. Deze lijn geldt niet voor klagers die niet door een professionele procespartij worden bijgestaan (RSJ 6 januari 2021, R-20/7088/GB).
De formulering doet ertoe. In een zaak had de advocaat alleen om een ‘passende schadevergoeding’ gevraagd. De RSJ zag dat niet als een verzoek om een tegemoetkoming volgens de Pbw. Omdat er verder geen belang meer was bij het beroep, werd de klager niet-ontvankelijk verklaard: het beroep werd niet inhoudelijk beoordeeld (RSJ 13 april 2021, R-20/7651/GB).
Wat betekent dit voor u?
Maak bij uw klacht duidelijk welke gevolgen de beslissing voor u heeft gehad en welke daarvan niet meer kunnen worden hersteld. Benoem ook welke compensatie volgens u passend is, bijvoorbeeld een extra bezoekmoment of een financiële tegemoetkoming.
Praktisch kunt u op het volgende letten:
- Beschrijf het concrete ongemak. Leg uit wat u door de beslissing heeft gemist of ondervonden.
- Bewaar bewijs bij schade. Denk aan aankoopbonnen, registratieformulieren en verklaringen van degene die spullen heeft ingevoerd.
- Controleer bij overplaatsing welke inrichting verantwoordelijk is. Het tekenen voor ontvangst bepaalt wanneer de aansprakelijkheid overgaat.
- Bespreek een compensatieaanbod zorgvuldig. Het aanbod en uw reactie kunnen meewegen, maar weigering sluit een tegemoetkoming niet automatisch uit.
- Let bij beroep op de formulering. Zeker wanneer uw oorspronkelijke belang is verdwenen, moet een advocaat uitdrukkelijk om een financiële tegemoetkoming vragen.
- Houd rekening met opschorting. Als beroep is ingesteld, wordt de toegekende tegemoetkoming nog niet uitgevoerd.
Wilt u naast compensatie voor ongemak ook volledige vergoeding van financiële schade, houd die doelen dan uit elkaar. Voor volledige schadevergoeding is in beginsel de burgerlijke rechter de aangewezen route.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.