Kennisbank
Ordemaatregelen
Regels over afzondering, uitsluiting en cameratoezicht in gevangenissen, jeugdinrichtingen en tbs-klinieken, met uitleg over uw rechten.
Een ordemaatregel kan betekenen dat u tijdelijk niet aan activiteiten mag deelnemen, wordt afgezonderd of onder cameratoezicht komt. Daarvoor gelden voorwaarden en procedurele waarborgen. De regels verschillen tussen gevangenissen, justitiële jeugdinrichtingen en tbs-inrichtingen.
Een ordemaatregel is geen straf
Een disciplinaire straf bestraft verwijtbaar gedrag. Een ordemaatregel moet gevaar voorkomen, een onveilige situatie beëindigen of onderzoek mogelijk maken. Daarvoor hoeft u niets verwijtbaars te hebben gedaan.
Een maatregel mag niet langer voortduren dan noodzakelijk. Is het gevaar verdwenen of het onderzoek afgerond, dan moet opnieuw worden beoordeeld of voortzetting gerechtvaardigd is. Een maatregel kan dus niet uitsluitend vanwege de oorspronkelijk vastgestelde einddatum blijven doorlopen.
Gevangeniswezen
Redenen en bevoegdheid
De Penitentiaire beginselenwet (Pbw) noemt uitsluiting van activiteiten, afzondering en cameratoezicht in de artikelen 23, 24 en 24a. Daarnaast zijn andere ordemaatregelen mogelijk, bijvoorbeeld bezoek achter glas.
Artikel 23 lid 1 en artikel 24 lid 2 Pbw bieden de volgende gronden:
- de orde, veiligheid of ongestoorde uitvoering van de detentie;
- bescherming van de gedetineerde;
- ziekte of ziekmelding;
- een eigen verzoek dat de directeur redelijk en uitvoerbaar vindt.
In beginsel beslist de directeur of diens plaatsvervanger. De bevoegdheid tot uitsluiting en afzondering mag niet aan gewone medewerkers worden overgedragen. Een hoofd veiligheid mag ook niet uitsluitend hiervoor tijdelijk tot plaatsvervanger worden benoemd.
Een ordemaatregel mag niet voorwaardelijk worden opgelegd, in beginsel niet worden gebruikt om een meerpersoonscel af te dwingen en geen blijvend ander regime creëren. Deelname aan activiteiten op individuele basis kan een individueel regime zijn volgens artikel 21 Pbw; dat is niet hetzelfde als uitsluiting.
Horen en schriftelijke beslissing
Vóór oplegging of verlenging moet u uw verhaal kunnen vertellen: dit heet de hoorplicht (artikel 57 Pbw). Uitzonderingen bestaan bij noodzakelijke spoed, een belemmerende gemoedstoestand of een maatregel wegens ziekte. Een schriftelijk verslag hoeft niet vooraf te worden aangezegd.
Alleen verwijzen naar ‘veiligheidsbelangen’ is onvoldoende om horen over te slaan. Ook het moeten ophalen van de directeur van een andere afdeling rechtvaardigde volgens de RSJ niet dat iemand pas na zijn afzondering werd gehoord.
U krijgt een gedateerde, ondertekende beslissing met de concrete reden en duur. Alleen schrijven dat uw gedrag de rust verstoorde, is onvoldoende: het feitelijke gedrag moet worden beschreven. De beslissing moet zo snel mogelijk, in beginsel binnen 24 uur, worden uitgereikt. Uitreiking hoeft niet door de directeur zelf te gebeuren; niet-verwijtbare omstandigheden kunnen vertraging rechtvaardigen.
Uitsluiting, afzondering en duur
Bij uitsluiting verblijft u op uw eigen cel en mist u bijvoorbeeld arbeid, sport of recreatie. Preventief ingrijpen om escalatie te voorkomen is mogelijk.
Afzondering gebeurt meestal in een afzonderingscel, maar kan ook elders worden uitgevoerd. Bij ernstige bezwaren tegen uitvoering binnen de eigen inrichting of afdeling kan een andere locatie worden gekozen, in overeenstemming met de selectiefunctionaris (artikel 25 Pbw).
Uitsluiting en afzondering wegens orde, veiligheid of bescherming duren aanvankelijk maximaal twee weken. Verlenging kan telkens met maximaal twee weken, uitsluitend door de directeur en na een nieuwe beoordeling en opnieuw horen. Twee weken is een maximum, geen standaardduur.
Een onderzoeksmaatregel moet eindigen zodra het onderzoek klaar is en betrokkenheid niet voldoende blijkt. Bij een maatregel op eigen verzoek mag u verwachten dat deze stopt wanneer u om beëindiging vraagt.
Spoed: bewaardersarrest
Is de directeur of plaatsvervanger onbereikbaar en moet onmiddellijk worden ingegrepen, dan kan personeel voorlopig uitsluiten of afzonderen. Dit bewaardersarrest duurt maximaal 15 uur, inclusief de nacht (artikelen 23 lid 3 en 24 lid 4 Pbw). Ook een kleine overschrijding is ontoelaatbaar.
De directeur moet onmiddellijk worden geïnformeerd en beslist over voortzetting. Hij mag niet zelf een bewaardersarrest uitvaardigen. Niet direct informeren kan tot een gegronde klacht leiden.
Rechten en extra beperkingen bij afzondering
U behoudt dagelijks een uur buitenlucht, doorgaans alleen. Contact met de buitenwereld kan worden beperkt, maar bezoek en post van uw advocaat blijven mogelijk. Bellen met uw advocaat kan wanneer noodzaak en gelegenheid bestaan. Een terugbelverzoek van de advocaat is voldoende aanleiding om die noodzaak aan te nemen; zie RSJ 6 maart 2025, 24/38248/GA.
Bij afzondering in een afzonderingscel langer dan 24 uur moet de directeur de arts en commissie van toezicht waarschuwen (artikel 24 lid 6 Pbw).
Mechanische middelen, waarmee het lichaam wordt vastgezet, mogen tijdens afzondering alleen worden gebruikt om gevaar voor uw gezondheid of de veiligheid van anderen af te wenden. Artikel 33 Pbw staat maximaal 24 uur toe, telkens verlengbaar met 24 uur. De arts of plaatsvervanger en commissie van toezicht moeten worden geïnformeerd.
Cameratoezicht in een afzonderingscel vereist noodzaak vanwege uw lichamelijke of geestelijke toestand. De directeur vraagt vooraf advies aan een gedragsdeskundige of inrichtingsarts en maakt zelf een belangenafweging. Bij spoed volgt advies zo snel mogelijk achteraf. Ook voortzetting moet deskundig worden beoordeeld. U ontvangt een schriftelijke, gedateerde en ondertekende beslissing.
Justitiële jeugdinrichtingen
Maatregelen en besluitvorming
De Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) regelt uitsluiting van de groep of activiteiten, afzondering, camera-observatie en de time-out.
In beginsel beslist de directeur of plaatsvervanger. Huisregels mogen een behandelverantwoordelijke niet zelfstandig bevoegd maken. Vóór oplegging en verlenging wordt de jongere gehoord over reden en duur (artikel 61 Bjj). Daarna volgt zo snel mogelijk, uiterlijk binnen 24 uur, een gedateerde en ondertekende beslissing met reden, duur en rechtsmiddelen (artikel 62 Bjj).
Bij een maatregel korter dan 24 uur hoeven ouders niet geïnformeerd te worden. Gebeurt dit tegen de wens van een meerderjarige jongere, dan kan dit diens privacy schenden volgens artikel 8 EVRM.
Time-out
Een medewerker mag een jongere die de groepsrust verstoort tijdelijk uit de groep of gezamenlijke activiteiten halen. Dit moet bijdragen aan verbetering van het gedrag; het doel is opvoedkundig corrigeren (artikel 23a Bjj).
Een time-out duurt maximaal één aaneengesloten uur. Meerdere time-outs mogen samen niet meer dan twee uur per 24 uur duren. De directeur registreert iedere toepassing en bespreekt het register iedere drie maanden met de commissie van toezicht.
Uitsluiting en afzondering
Uitsluiting kan nodig zijn vanwege orde, veiligheid, ongestoorde uitvoering van detentie, bescherming, ziekte of een redelijk en uitvoerbaar eigen verzoek. De jongere verblijft dan op de eigen kamer. Luchten mag niet worden afgenomen.
Volgens artikel 24 Bjj duurt uitsluiting aanvankelijk maximaal twee dagen. Verlenging kan telkens met maximaal twee dagen, mits opnieuw blijkt dat dit nodig is.
Afzondering kan om dezelfde redenen worden opgelegd, in een afzonderingscel of andere verblijfsruimte. De maximale duur volgens artikel 25 Bjj is:
- jonger dan 16 jaar: één dag, eenmaal verlengbaar met één dag;
- 16 jaar en ouder: twee dagen, eenmaal verlengbaar met twee dagen.
De directeur moet noodzakelijk contact met medewerkers waarborgen. Activiteiten vervallen, tenzij de directeur anders bepaalt; dagelijks luchten blijft behouden. Duurt afzondering langer dan 24 uur, dan moeten de commissie van toezicht, arts en ouders of betrokken opvoeders direct worden geïnformeerd. Nalaten kan een gegronde klacht opleveren.
Spoed en aanvullende maatregelen
Bij onmiddellijk noodzakelijke uitsluiting of afzondering en een onbereikbare directeur of vervanger kan personeel maximaal 15 uur bewaardersarrest opleggen. De directeur moet de jongere achteraf alsnog horen.
Mechanische middelen zijn alleen toegestaan bij ernstig gevaar vanuit de jongere voor diens gezondheid of andermans veiligheid. Artikel 38 Bjj noemt maximaal 12 uur voor jongeren onder 16 jaar en 24 uur vanaf 16 jaar. De arts en commissie van toezicht moeten direct worden geïnformeerd. Bij spoed mag een medewerker maximaal vier uur ingrijpen; directeur, arts en commissie moeten dan onverwijld, binnen 24 uur, bericht krijgen.
Camera-observatie kan alleen in een afzonderingscel wanneer de lichamelijke of geestelijke toestand dit vereist. Vooraf is advies van een gedragsdeskundige of inrichtingsarts nodig, of bij spoed zo snel mogelijk achteraf (artikel 25a Bjj).
Eigen verzoek of ziekte
Bij uitsluiting of afzondering op eigen verzoek of wegens ziekte gelden uitzonderingen: horen en een schriftelijke mededeling zijn niet verplicht, de beslissing is niet uitsluitend aan de directeur voorbehouden en de wettelijke maximumduur geldt niet. De maatregel duurt doorgaans zolang de ziekte of de eigen wens voortduurt. Een eigen verzoek moet redelijk en uitvoerbaar zijn.
Tbs-inrichtingen
Afdelingen en bewegingsvrijheid
De Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) geeft in beginsel recht op dagelijks vier uur samenzijn met medepatiënten. Ordemaatregelen kunnen die bewegingsvrijheid beperken.
Plaatsing of overplaatsing naar een afdeling kan nodig zijn voor maatschappelijke veiligheid, orde en veiligheid binnen de inrichting of uitvoering van het behandelplan (artikel 31 Bvt). Bij uitbreiding van vrijheid kunnen voorwaarden gelden, zoals deelname aan activiteiten of arbeid.
Plaatsing op een afdeling voor intensieve zorg kan daarnaast dienen om ernstig gezondheidsgevaar af te wenden. U behoudt daar dagelijks minimaal tweemaal een half uur contact met medepatiënten. Uiterlijk iedere zes maanden moet de noodzaak opnieuw worden beoordeeld (artikel 32 Bvt).
Afdelingsarrest, afzondering en separatie
Afdelingsarrest beperkt u tot uw eigen afdeling, telkens voor maximaal vier weken (artikel 33 Bvt). Het aantal verlengingen is niet wettelijk begrensd. Een collectieve maatregel kan gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld bij drugsonderzoek. De RSJ accepteerde ook afdelingsarrest voor alle patiënten wegens een kliniekbreed veiligheidsprobleem: 21 januari 2022, 22/25378/STA.
Afzondering gebeurt op de eigen kamer; separatie in een andere verblijfsruimte. De gronden zijn maatschappelijke veiligheid, orde en veiligheid of ernstig gevaar voor uw gezondheid. Artikel 34 Bvt staat maximaal vier aaneengesloten weken toe. Iedere verlenging van maximaal vier weken vereist een schriftelijke ministeriële machtiging én een gemotiveerde verlengingsbeslissing. Het aantal verlengingen is niet wettelijk begrensd.
Bij dringende noodzaak kan het afdelingshoofd maximaal 15 uur separatie opleggen, inclusief nachturen. Binnen die termijn moet de directeur u horen. Afzondering op eigen verzoek moet noodzakelijk zijn voor behandeling of verpleging; de directeur blijft de noodzaak controleren.
Een onderzoeksmaatregel moet stoppen wanneer het onderzoek klaar is en betrokkenheid onvoldoende blijkt.
Cameratoezicht en procedure
Camera-observatie mag bij afzondering of separatie alleen noodzakelijk zijn ter bescherming van uw lichamelijke of geestelijke toestand (artikel 34a Bvt). Een psychiater of arts adviseert vooraf, of bij spoed zo snel mogelijk achteraf.
De RSJ accepteerde cameratoezicht bij vermoedelijk ingeslikte of ingebrachte verboden goederen, waarbij het toezicht stopte toen het medische gevaar voorbij was: 20 mei 2022, 21/24515/TA.
De directeur hoort u vooraf over reden en duur. U krijgt een gedateerde, ondertekende en gemotiveerde beslissing, in beginsel binnen 24 uur. Omstandigheden kunnen een iets latere uitreiking rechtvaardigen.
Klagen of bezwaar maken
De schriftelijke beslissing moet uitleggen hoe en binnen welke termijn u kunt klagen en hoe u schorsing kunt vragen: tijdelijk geheel of gedeeltelijk stoppen van de uitvoering.
Voor tbs gelden bijzondere grenzen. Bij beperkingen van bewegingsvrijheid staat beklag open wanneer het recht op minimaal vier uur samenzijn wordt aangetast. Daarnaast noemt artikel 57 Bvt wachttijden:
- afdelingsarrest: nadat dit een week heeft geduurd;
- separatie: na een dag;
- afzondering: na twee dagen.
De beslisdag telt hierbij niet mee.
Procedurefouten kunnen zelfstandig tot een gegronde klacht leiden. In KC 18 juli 2016, 2016/065, bestond voldoende aanleiding voor de maatregel, maar leverde te late uitreiking toch vernietiging en €10 tegemoetkoming op. In KC 21 februari 2018, 2018/003, was onvoldoende uitgelegd waarom een minder ingrijpende aanpak niet volstond; de tijdelijke overplaatsing was disproportioneel en leidde tot €50 tegemoetkoming.
Zijn beperkingen bevolen door de officier van justitie of rechter-commissaris op grond van artikelen 62 en 62a Wetboek van Strafvordering? Daartegen kunt u of uw advocaat bezwaar indienen bij de rechtbank. De beklagcommissie beoordeelt alleen hoe de directeur het bevel uitvoert.
Wat betekent dit voor u?
Bewaar de beslissing en noteer wanneer de maatregel begon, wanneer u bent gehoord en wanneer u de beslissing ontving. Controleer de reden, einddatum en eventuele verlenging. Bespreek met uw advocaat ontbrekende uitleg, overschreden termijnen of het wegvallen van de noodzaak. Geef bij een maatregel op eigen verzoek duidelijk aan wanneer u beëindiging wenst.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.