Kennisbank
Internationale wet- en regelgeving
Internationale regels beschermen uw rechten tijdens detentie, jeugddetentie en vreemdelingenbewaring, naast de Nederlandse wet.
Wie vastzit, behoudt zijn mensenrechten. Naast Nederlandse wetten beschermen internationale verdragen en Europese regels u tegen onrechtmatige vrijheidsbeneming en onmenselijke behandeling. Voor jongeren en mensen in vreemdelingenbewaring gelden daarnaast bijzondere waarborgen.
Welke internationale rechten gelden in detentie?
Mensenrechten gelden voor iedereen, ongeacht bijvoorbeeld nationaliteit, geslacht of geloof. Ook tijdens detentie heeft u recht op menselijke behandeling, privacy, medische verzorging en het uitoefenen van uw godsdienst.
Niet elke internationale regel heeft dezelfde juridische betekenis. Verdragen zijn bindend, terwijl aanbevelingen en minimumstandaarden vaak onder *soft law* vallen: richtlijnen die niet zelfstandig juridisch bindend zijn. Rechters kunnen deze standaarden wel betrekken bij hun beoordeling.
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geldt ook in Nederland. Voor mensen die vastzitten zijn vooral deze bepalingen relevant:
- Artikel 3 EVRM: verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Dit verbod kent geen uitzonderingen, ook niet vanwege veiligheid.
- Artikel 5 EVRM: beschermt de vrijheid en persoonlijke veiligheid. Vrijheidsbeneming moet rechtmatig zijn.
- Artikel 6 EVRM: waarborgt een eerlijk proces, waaronder een openbare behandeling binnen een redelijke termijn door een onafhankelijke en onpartijdige rechter.
- Artikel 8 EVRM: beschermt het privéleven, familie- en gezinsleven, de woning en correspondentie.
- Artikel 14 EVRM: bevat het verbod op discriminatie, bijvoorbeeld vanwege ras, geslacht of geloof.
Bij de beoordeling van detentieomstandigheden kunnen verschillende problemen samen leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. Het gaat dus niet noodzakelijk om één afzonderlijke maatregel.
Gevangeniswezen
Alleen noodzakelijke beperkingen
Vrijheidsbeneming betekent niet dat alle andere rechten vervallen. Het beginsel van minimale beperkingen houdt in dat beperkingen niet verder mogen gaan dan noodzakelijk. Dit beginsel is terug te vinden in artikel 15 van de Grondwet en gedeeltelijk in artikel 2 lid 3 Penitentiaire beginselenwet (Pbw).
Volgens artikel 2 lid 3 Pbw mogen beperkingen alleen worden opgelegd voor zover deze nodig zijn voor het doel van de vrijheidsbeneming of voor de orde of veiligheid in de inrichting. Detentie moet daarnaast zoveel mogelijk bijdragen aan de voorbereiding op terugkeer in de samenleving.
Ook het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR) biedt bescherming:
- Artikel 7 verbiedt foltering en wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.
- Artikel 10 lid 1 verlangt een menselijke behandeling met respect voor de waardigheid van mensen die vastzitten.
- Artikel 10 lid 3 bepaalt dat de behandeling binnen het gevangenisstelsel vooral op heropvoeding en reclassering moet zijn gericht.
Daarnaast is Nederland gebonden aan het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke en onterende behandeling of bestraffing.
Nelson Mandela-regels
De Verenigde Naties namen in 1955 de Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners aan. De herziene versie werd in december 2015 goedgekeurd en staat bekend als de Nelson Mandela-regels.
Deze minimumstandaarden gaan onder meer over verblijfsruimte, voeding, medische zorg, disciplinaire straffen en contact met de buitenwereld. Ze zijn geen bindend verdrag, maar vormen wereldwijd een belangrijk richtsnoer voor behoorlijke detentieomstandigheden.
European Prison Rules en een eigen cel
De European Prison Rules (EPR) zijn Europese aanbevelingen voor de behandeling van gedetineerden. Ze werden vastgesteld in 1973 en herzien op 1 juli 2020. Onderwerpen zijn onder andere gezondheidszorg, beveiliging, disciplinaire straffen, vrijheidsbeperkende middelen, klachtrecht en de opleiding en organisatie van personeel.
Veel van deze waarborgen zijn ook in het Nederlandse detentierecht geregeld. Er zijn echter verschillen. Rules 18.5, 18.6 en 18.7 gaan uit van een eigen cel, tenzij goede redenen bestaan om gedetineerden samen te plaatsen. Nederland staat meerpersoonscellen toe.
De EPR geven daarom niet automatisch een afdwingbaar recht op een eigen cel. Het zijn niet-bindende aanbevelingen. Wel houdt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bij uitspraken regelmatig rekening met de EPR en de standaarden van het Europese toezichtcomité CPT.
Rechtspraak over overbevolking
In de zaak *İlerde en anderen tegen Turkije* oordeelde het Europees Hof in 2023 dat bij negen gedetineerden artikel 3 EVRM was geschonden. Overbevolking en de daarmee samenhangende slechte omstandigheden waren daarvoor doorslaggevend. Turkije moest individuele tegemoetkomingen betalen van € 2.000 tot € 11.000. Deze bedragen horen bij die concrete zaken en zijn geen algemene vergoeding voor slechte detentieomstandigheden.
Een straf in een ander land uitzitten
Strafoverdracht maakt het in bepaalde gevallen mogelijk dat Nederlandse gedetineerden hun buitenlandse gevangenisstraf in Nederland uitzitten. Daarmee wordt begeleiding bij terugkeer in de Nederlandse samenleving mogelijk. Ook buitenlandse gedetineerden in Nederland kunnen voor overdracht in aanmerking komen.
Daarvoor bestaan twee wettelijke regelingen:
- De WOTS, de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, geldt voor overdracht met landen waarmee een toepasselijk verdrag bestaat. Daaronder vallen meer dan zestig landen die het Verdrag Overbrenging Gevonniste Personen hebben ondertekend.
- De WETS, de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties, geldt sinds 1 november 2012 voor overdracht binnen de EU met landen die de betreffende EU-regelgeving hebben ingevoerd.
Buitenlandse gedetineerden in Nederland kunnen in aanmerking komen wanneer hun veroordeling definitief is en bij de aanvraag minimaal tien maanden straf resteert. Daarnaast gelden voorwaarden voor overdracht. Een verzoek kan worden ingediend bij Divisie Individuele Zaken, Internationale Overdracht Strafvonnissen (DIZ IOS). IOS behandelt de aanvragen; de procedure duurt gemiddeld zes tot twintig maanden.
Jeugd en justitiële jeugdinrichtingen
Detentie als uiterste middel
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) beschermt kinderen en jongeren onder de achttien jaar. Artikel 37 IVRK verlangt dat vrijheidsbeneming alleen als uiterste middel wordt gebruikt en zo kort mogelijk duurt.
Bij ieder kind moet afzonderlijk worden beoordeeld of detentie noodzakelijk is en hoelang deze moet duren. Het belang van het kind moet daarbij een eerste overweging zijn, volgens artikel 3 lid 1 IVRK. Ook het EVRM geldt: artikel 5 beschermt tegen onrechtmatige vrijheidsbeneming en artikel 8 beschermt onder meer het gezinsleven.
Zorg, onderwijs en bescherming
Een kind dat vastzit, moet zijn basisrechten kunnen blijven gebruiken. Daaronder vallen passende levensomstandigheden, noodzakelijke medische zorg, onderwijs, geloofsuitoefening en familiecontact. Artikel 37, onder c, IVRK is hierbij relevant. Artikel 16 IVRK beschermt de privacy.
De bescherming moet passen bij de kwetsbaarheid van het individuele kind. Leeftijd, ontwikkeling en geslacht kunnen daarbij verschil maken. Artikel 37, onder a, IVRK beschermt tegen foltering en andere onrechtmatige behandeling. Kinderen moeten ook worden beschermd tegen geweld, seksueel misbruik en verwaarlozing door personeel of medegedetineerden.
Bijzondere internationale standaarden
Naast het IVRK bestaan de Beijing Rules voor het jeugdstrafrecht, de Havana Rules voor kinderen die hun vrijheid hebben verloren en de Riyadh Rules voor het voorkomen van jeugdcriminaliteit.
Rules 64–67 van de Havana Rules verlangen onder meer dat:
- lijfstraffen worden verboden;
- eenzame opsluiting niet wordt toegepast;
- orde-, dwang- en controlemiddelen alleen worden gebruikt wanneer daarvoor een wettelijke basis bestaat en dit noodzakelijk is.
Deze standaarden zijn niet juridisch bindend. Het IVRK is dat wel, maar een beroep daarop leidt niet automatisch tot een gunstige rechterlijke beslissing. De toepassing ervan in Nederlandse rechtspraak heeft zich ontwikkeld, waarbij beroepen op kinderrechten vaker een positieve uitkomst hebben gekregen.
Nederland heeft voorbehouden gemaakt bij het IVRK. Zo kan op zestien- en zeventienjarigen volwassenenstrafrecht worden toegepast; daarbij is het Nederlandse voorbehoud bij artikel 37c IVRK relevant.
Vreemdelingenbewaring
Geen straf, maar een bestuursrechtelijke maatregel
Vreemdelingenbewaring is bedoeld om iemand beschikbaar te houden voor uitzetting. Het is geen strafrechtelijke bestraffing. De Vreemdelingenwet 2000 regelt onder meer toegang, verblijf en uitzetting.
Artikel 9 lid 2 Pbw maakt plaatsing in een huis van bewaring mogelijk. De voorkeur gaat uit naar speciale detentiecentra voor vreemdelingen, zoals Schiphol, Rotterdam of Zeist. Bewaring mag alleen onder voorwaarden en niet langer dan achttien maanden duren.
Eerst minder ingrijpende mogelijkheden beoordelen
Artikel 5 lid 1 EVRM stelt vrijheid voorop. Bewaring kan onder bepaalde omstandigheden plaatsvinden met het oog op uitzetting of het voorkomen van ongeoorloofde binnenkomst.
Volgens de Terugkeerrichtlijn moet vreemdelingenbewaring een *ultimum remedium* zijn: een uiterste middel wanneer minder ingrijpende alternatieven niet mogelijk zijn. Voor iedere persoon moet worden beoordeeld of bewaring noodzakelijk is en in verhouding staat tot het doel.
Zonder redelijk vooruitzicht op uitzetting is voortzetting van de bewaring niet gerechtvaardigd. Artikel 15 lid 4 Terugkeerrichtlijn verlangt dan vrijlating. Ook in *A.A. tegen Griekenland* van 22 juli 2010 benadrukte het Europees Hof het uitgangspunt van bewaring als uiterste middel.
Omstandigheden en Europese richtlijnen
De Twenty Guidelines on forced return van de Raad van Europa uit 2005 gaan uit van een duidelijk onderscheid tussen vreemdelingenbewaring en straf. Mensen zonder verblijfsrecht mogen niet als criminelen worden behandeld. Zowel het gebouw als het dagelijkse regime mag geen bestraffend karakter hebben.
Daarnaast bestaan Europese richtlijnen over procedures voor vluchtelingenstatus en minimumnormen voor opvang van asielzoekers. Opvangnormen gelden ook in gesloten vreemdelingencentra. EU-richtlijnen binden lidstaten aan het te bereiken resultaat; nationale regels werken uit hoe dat resultaat wordt bereikt.
M.B. tegen Nederland
In *M.B. tegen Nederland* van 23 april 2024, nr. 71008/16, volgde vreemdelingenbewaring direct op strafrechtelijke detentie. De asielaanvraag was nog niet volledig behandeld. Nederland beriep zich op openbare-ordebelangen.
Het Europees Hof oordeelde dat zulke belangen op zichzelf geen voldoende grond vormen voor deze vreemdelingenbewaring onder artikel 5 lid 1 EVRM. Tijdens de eerdere strafdetentie waren geen stappen gezet om de asielaanvraag te beoordelen. Daardoor was onvoldoende verband aangetoond met het voorkomen van ongeoorloofde binnenkomst. De bewaring was willekeurig en onrechtmatig; Nederland moest schadevergoeding betalen.
Tbs: wachten op een behandelplaats
In *Nelissen tegen Nederland* van 5 april 2011, nr. 6051/07, moest iemand na zijn gevangenisstraf ruim dertien maanden wachten op plaatsing in een tbs-kliniek. Het Europees Hof erkende dat onmiddellijke plaatsing niet altijd mogelijk is, maar vond deze wachttijd onaanvaardbaar onder artikel 5 EVRM.
De Hoge Raad had, na de zaak *Brand tegen Nederland*, bepaald dat langer dan vier maanden vasthouden in afwachting van plaatsing onrechtmatig was. Nelissens afzonderlijke klacht over het ontbreken van een snelle rechterlijke beoordeling leidde niet tot een schending.
Internationaal en nationaal toezicht
Het CPT, het Europees Comité ter Voorkoming van Foltering, probeert schendingen te voorkomen door bezoeken aan onder meer gevangenissen, detentiecentra, politielocaties en psychiatrische instellingen. Onafhankelijke deskundigen onderzoeken de behandeling. Rapporten worden met toestemming van het bezochte land openbaar, met een regeringsreactie. Over het bezoek aan Nederland in mei 2022 verschenen een rapport en een Nederlandse reactie.
Sinds 2024 vervult het College voor de Rechten van de Mens de rol van Nationaal Preventie Mechanisme (NPM). Dit volgt uit OPCAT, het aanvullende protocol bij het VN-antifolterverdrag, dat Nederland in 2010 bekrachtigde.
Het NPM bezoekt locaties, onderzoekt omstandigheden en adviseert over wetgeving en preventie. Aandachtspunten zijn bijvoorbeeld menselijk contact tijdens afzondering en vrijheidsbeperkende middelen. Het werk omvat ook jeugd en vreemdelingenbewaring. Het NPM rapporteert jaarlijks aan het Subcomité ter Preventie van Foltering, maar behandelt geen individuele klachten en onderzoekt geen incidenten.
Klagen over schendingen
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg beoordeelt concrete klachten van personen of staten over EVRM-schendingen. Anders dan het CPT toetst het Hof achteraf.
Voor jongeren vereist artikel 37, onder d, IVRK toegang tot juridische en andere passende bijstand. Zij moeten hun rechten kennen en daadwerkelijk kunnen klagen. In Nederland is het klachtrecht uitgewerkt in artikel 65 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
Wat betekent dit voor u?
- Bij beperkingen: laat beoordelen waarom deze noodzakelijk zijn voor het doel van de detentie, de orde of de veiligheid.
- Bij slechte omstandigheden: beschrijf ook hoe verschillende problemen samen uw situatie beïnvloeden.
- Bij jeugddetentie: betrek de noodzaak, duur, ontwikkeling, zorg en familiecontacten bij de beoordeling.
- Bij vreemdelingenbewaring: laat toetsen of alternatieven mogelijk zijn en of nog redelijk uitzicht op uitzetting bestaat.
- Bij internationale regels: maak onderscheid tussen bindende verdragsrechten en aanbevelingen. Beide kunnen relevant zijn, maar hebben niet dezelfde juridische werking.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.