Kennisbank
Dwangbehandeling
Dwangbehandeling in detentie mag alleen onder strikte voorwaarden. Lees over de verschillende vormen, uw rechten en klagen.
Als u in detentie een medische behandeling weigert, moet die keuze in beginsel worden gerespecteerd. Alleen onder bijzondere voorwaarden kan de directeur of het hoofd van de inrichting toch toestemming geven voor behandeling tegen uw wil. Welke voorwaarden gelden, hangt af van het gevaar, de behandeling en de inrichting waarin u verblijft.
Drie vormen van medisch ingrijpen tegen uw wil
Er bestaan drie wettelijke mogelijkheden: een gedwongen geneeskundige handeling, a-dwangbehandeling en b-dwangbehandeling. Het onderscheid bepaalt onder meer welke voorbereiding nodig is en hoe u de beslissing kunt aanvechten.
Gedwongen geneeskundige handeling: acuut ingrijpen
Dit is bedoeld voor een acute situatie waarin een arts ingrijpen volstrekt noodzakelijk vindt om ernstig gevaar voor uw gezondheid of veiligheid, of die van anderen, af te wenden. Het gevaar hoeft niet door een psychische stoornis te zijn ontstaan.
Het kan gaan om lichamelijk onderzoek of behandeling, zoals het onderzoeken van een plek op het lichaam, een röntgenfoto, een echo of onderzoek naar tuberculose. Ook gedwongen toediening van psychiatrische medicatie kan hieronder vallen. Voor een besluit over dwangmedicatie moet de directeur overleggen met een arts, die op zijn beurt een psychiater raadpleegt.
Een behandelplan hoeft bij een gedwongen psychiatrische handeling niet vooraf klaar te zijn. Zo spoedig mogelijk daarna moet wel een plan worden gemaakt om uw toestand te verbeteren en het gedwongen ingrijpen te beëindigen. Dit wordt onderdeel van het geneeskundige behandelplan.
A-dwangbehandeling: gevaar op langere termijn
A-dwangbehandeling is mogelijk als aannemelijk is dat het gevaar zonder behandeling niet binnen een redelijke termijn verdwijnt. Er moet een rechtstreeks verband bestaan tussen dat gevaar en een vastgestelde psychische stoornis.
Een onmiddellijk dreigende situatie is niet vereist. Het gevaar hoeft zich ook niet binnen de inrichting voor te doen. Deze behandeling kan erop zijn gericht te voorkomen dat iemand langdurig in de inrichting of op een speciale zorgafdeling moet blijven.
A-dwangbehandeling kan voor drie maanden worden opgelegd en daarna worden verlengd. Omdat langdurig ingrijpen zonder acute dreiging bijzonder ingrijpend is, moet bij oplegging én voortzetting worden beoordeeld:
- of de behandeling noodzakelijk is;
- of zij het beoogde resultaat kan bereiken: doelmatigheid;
- of een minder ingrijpend alternatief mogelijk is: subsidiariteit;
- of de zwaarte van de behandeling in verhouding staat tot het gevaar: proportionaliteit.
De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) heeft aanbevolen om bij langdurige dwangtrajecten elke zes maanden een onafhankelijke psychiater de noodzaak en uitvoering te laten beoordelen. Dit volgt uit uitspraken van 28 augustus 2019 en 11 juni 2020.
B-dwangbehandeling: gevaar binnen de inrichting
B-dwangbehandeling betreft gevaar binnen de inrichting dat door een psychische stoornis wordt veroorzaakt. Volgens de arts moet behandeling volstrekt noodzakelijk zijn om dat gevaar af te wenden. De situatie laat geen uitstel voor een voorafgaande procedure toe.
Deze behandeling kan voor twee weken worden opgelegd. Duurt zij langer, dan moet een team worden samengesteld met een afdelingshoofd, arts, psycholoog en psychiater. Dit staat in artikel 23 Pm, artikel 35 Rvt en artikel 50 Rjj.
Ook bij deze spoedeisende behandeling moeten de gebruikte middelen in het behandelplan staan, zelfs als daarover geen overeenstemming bestaat.
Waarborgen bij de behandeling
Voordat de directeur besluit tot een gedwongen geneeskundige handeling of b-dwangbehandeling, moet hij overleggen met de arts en het hoofd van uw afdeling. Dat volgt uit artikel 22a Pm, artikel 34 Rvt en artikel 49a Rjj.
De uitvoering gebeurt door een arts of een verpleegkundige die in opdracht van een arts werkt. Een gedwongen geneeskundige handeling moet plaatsvinden in een geschikte ruimte. Daarbij moet steeds de minst ingrijpende handeling worden gekozen.
Tijdens het gedwongen medisch ingrijpen moet een arts of verpleegkundige u zo vaak mogelijk bezoeken. De bevindingen horen in uw medisch dossier, evenals de toepassing van de handeling en de uitkomsten van het overleg tussen de betrokken zorgverleners. Deze registratieverplichtingen staan in artikel 22f Pm, artikel 34e Rvt en artikel 49f Rjj.
Het behandelplan en uw voorkeuren
Voor gewone geneeskundige behandeling gelden als uitgangspunt drie voorwaarden: de behandeling staat in het behandelplan, over dat plan bestaat overeenstemming en er is geen verzet tegen de behandeling. Bij iemand jonger dan zestien jaar speelt daarbij ook het verzet van de (stief- of pleeg)ouders of voogd een rol. Dit is geregeld in artikel 46c Pbw, artikel 16a Bvt en artikel 51c Bjj.
A- en b-dwangbehandeling zijn uitzonderingen op dit uitgangspunt en mogen alleen als uiterst redmiddel worden ingezet. Alleen behandelingsmiddelen die in het plan zijn opgenomen, mogen worden gebruikt.
Het behandelplan moet beschrijven:
- welke psychische stoornis is vastgesteld;
- welke behandeling het daardoor veroorzaakte gevaar moet verminderen;
- of over het plan overeenstemming bestaat;
- welke minder belastende middelen al zijn geprobeerd;
- welke voorkeuren u heeft en hoe daarmee rekening wordt gehouden.
Ook als u de behandeling weigert, kunt u dus voorkeuren uitspreken over de uitvoering. Het is wenselijk om bij voorzienbaar gevaar vooraf mogelijke middelen te bespreken en vast te leggen.
Over het deel waarover geen overeenstemming bestaat, beslist een psychiater pas na overleg met verschillende zorgverleners. Aan dat overleg nemen in ieder geval een psychiater, arts, psycholoog en verpleegkundige deel.
Gevangeniswezen
Voor gedetineerden geldt de Penitentiaire beginselenwet (Pbw):
- Artikel 32 Pbw: gedwongen geneeskundige handeling.
- Artikel 46d, onder a en b, Pbw: a- en b-dwangbehandeling.
- Artikel 46b Pbw en artikel 21b Pm: behandelplan.
De nadere regels staan in hoofdstuk 5 van de Penitentiaire maatregel (Pm). A- en b-dwangbehandeling kunnen alleen plaatsvinden op een speciale zorgafdeling, zoals een penitentiair psychiatrisch centrum (PPC).
Heeft u vanwege uw geestelijke gezondheid behandeling nodig na een gedwongen geneeskundige handeling, dan moet u zo snel mogelijk naar een PPC worden overgeplaatst. Bij de beslissing gelden het horen door de directeur en een schriftelijke mededeling volgens artikel 57 en artikel 58 Pbw.
Justitiële jeugdinrichtingen
Voor jeugdigen geldt de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj):
- Artikel 37 Bjj: gedwongen geneeskundige handeling.
- Artikel 51d, onder a en b, Bjj: a- en b-dwangbehandeling.
- Artikel 51b Bjj en artikel 48b Rjj: behandelplan.
Hoofdstuk 8 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen (Rjj) bevat de uitwerking. A- en b-dwangbehandeling vinden plaats op de forensische observatie- en behandelingsafdeling (FOBA).
Als een jeugdige na een gedwongen geneeskundige handeling vanwege de geestelijke gezondheid verdere behandeling nodig heeft, moet overplaatsing naar de FOBA zo snel mogelijk gebeuren. De jeugdige moet worden gehoord en een schriftelijke mededeling ontvangen; hiervoor gelden artikel 61 en artikel 62 Bjj.
Tbs-klinieken
Voor ter beschikking gestelden geldt de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt):
- Artikel 26 Bvt: gedwongen geneeskundige handeling.
- Artikel 16b, onder a en b, Bvt: a- en b-dwangbehandeling.
- Artikel 16 Bvt en artikel 25 Rvt: behandelplan.
De verdere regels staan in hoofdstuk 10 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Rvt). Behandeling kan plaatsvinden in het forensisch psychiatrisch centrum (FPC) waar de betrokkene verblijft. Voor het horen en de schriftelijke mededeling gelden artikel 53 en artikel 54 Bvt.
Meldingen en toezicht
Bij aanvang van iedere vorm van dwangbehandeling moet de directeur of het hoofd van de inrichting de minister van Justitie en Veiligheid en de commissie van toezicht informeren. Bij a- en b-dwangbehandeling ontvangt ook de bevoegde inspecteur voor de gezondheidszorg een melding. Bij een gedwongen geneeskundige handeling hoeft dat alleen als het gevaar voortkomt uit een psychische stoornis.
Zij ontvangen een afschrift van de beslissing. Daarin moet onder meer staan welk gevaar behandeling noodzakelijk maakt, welke minder belastende middelen zijn geprobeerd, wie zich verzet en hoe met uw voorkeuren rekening wordt gehouden. Bij verzet moet ook worden vermeld of u zelf uw beklag- of beroepsrecht kunt gebruiken. Bij a- en b-dwangbehandeling worden daarnaast de pogingen beschreven om overeenstemming over het plan te bereiken.
Extra voorbereiding bij a-dwangbehandeling
Het voornemen tot a-dwangbehandeling moet uiterlijk drie dagen vóór de beslissing worden gemeld. De voorzitter van de commissie van toezicht schakelt de maandcommissaris in: het commissielid dat u bezoekt, uitleg kan geven en eventueel kan bemiddelen. Deze moet zonder uitstel langskomen en u tijdens de behandeling blijven volgen en zo nodig ondersteunen.
Ook de advocaat, mentor en curator worden over het voornemen geïnformeerd. Bij aanvang volgt opnieuw een melding. In de beslissing moeten hun bezwaren worden opgenomen, evenals eventuele bezwaren van ouders of voogd bij een minderjarige. Ook het beëindigen van de behandeling moet worden gemeld.
Kan iemand zelf geen beklag of beroep instellen, dan moet de commissie van toezicht altijd onderzoeken of de beslissing zorgvuldig is genomen.
Klagen, beroep en schorsing
De route hangt af van de beslissing:
- Eerste beslissing tot a-dwangbehandeling: rechtstreeks beroep bij de RSJ, niet eerst beklag bij de commissie van toezicht. Voor tbs staat dit in artikel 69 lid 1 onder g Bvt.
- Verlenging van a-dwangbehandeling: beklag bij de commissie van toezicht.
- B-dwangbehandeling of een gedwongen geneeskundige handeling: eveneens beklag bij de commissie van toezicht.
Bij a-dwangbehandeling, een verlenging daarvan en b-dwangbehandeling kunt u de RSJ ook om schorsing vragen. Daarmee vraagt u om de beslissing tijdelijk buiten werking te stellen.
Wat laat de rechtspraak zien?
Gevaar en alternatieven moeten concreet worden uitgelegd
In KC 2017/003, 5 januari 2017, was onvoldoende beschreven welk gevaar bestond en waaruit het agressieve gedrag bestond. Daardoor viel niet te beoordelen of afzondering voorlopig voldoende was en a-dwangbehandeling kon worden afgewacht. De betrokkene kreeg € 50 tegemoetkoming.
In KC 2017/004, 1 november 2016, was het gestelde gevaar volgens artikel 46a Pbw onvoldoende aannemelijk gemaakt. De klacht over a-dwangbehandeling was gegrond. Ook een onvoldoende gemotiveerde verlenging leidde tot een gegronde klacht in KC 2017/005, 6 oktober 2016. In beide zaken werd € 50 toegekend.
Bijwerkingen en een onafhankelijk oordeel
In KC 2018/026, 9 juli 2018, wilde iemand vanwege klachten over injecties overstappen op tabletten. Andere medicatie, vermindering en tabletten waren geprobeerd, maar zonder voldoende resultaat. De commissie vond de noodzaak van dwangmedicatie voldoende onderbouwd en verklaarde de klacht ongegrond.
In KC 2019/019, 7 oktober 2019, leidde het ontbreken van een onafhankelijk psychiatrisch oordeel niet tot een gegronde klacht over voortzetting. De commissie wees op het ontbreken van een wettelijke verplichting en op de betrokkenheid van meerdere psychiaters. Dat neemt de aanbeveling voor onafhankelijke toetsing bij langdurige trajecten niet weg.
Niet voor iedere toediening een nieuwe beslissing
In KC 2016/061, 5 september 2016, was niet voor elke medicatietoediening een nieuwe schriftelijke mededeling nodig. Het behandelplan en de beslissing boden ruimte om medicatie en dosering aan te passen aan werking en bijwerkingen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
In KC 2015/014, 18 mei 2015, hield b-dwangbehandeling stand: de middelen stonden vooraf in het plan, iedere toediening werd noodzakelijk gevonden en er was telkens overleg. Het gevaar kon niet anders worden afgewend.
Wat betekent dit voor u?
Vraag welke vorm van dwang wordt toegepast en lees de schriftelijke beslissing met uw advocaat of maandcommissaris. Controleer vooral welk gevaar wordt genoemd, welke alternatieven zijn geprobeerd en wat het behandelplan toestaat.
Bespreek bijwerkingen en uw voorkeuren, ook wanneer u tegen behandeling blijft. Bij a-dwangbehandeling biedt de voorafgaande melding ruimte om bezwaren kenbaar te maken. Familie kan helpen die bezwaren en voorkeuren duidelijk te verwoorden; bij minderjarigen hebben ouders of voogd ook een uitdrukkelijke plaats in de meldingsprocedure.
Let op
Deze pagina is geschreven vanuit de expertise van Mr. S.P.C. (Stan) Broekmans, gespecialiseerd in detentierecht bij Hameleers Antonides Advocaten. Heeft u een vraag over uw eigen situatie? Neem dan contact op; een eerste inschatting kost u niets.
Vragen over uw situatie?
Bel voor een gratis eerste inschatting of laat uw gegevens achter; u wordt zo snel mogelijk teruggebeld door een advocaat die gespecialiseerd is in detentierecht.